Het is tegen beter weten in dat ik nu nog probeer om een blog te schrijven. Het is vrijdagmiddag en idealiter begin ik op zondag met de eerste aantekeningen. De schrijfcursus zit in de weg. Iedere zaterdag is er online een les. Dan krijgen we een opdracht voor de volgende week. Het werk daaraan slokt me op.
Deze week heb ik een kort verhaal geschreven over een oudere vrouw die door de gladheid ten val komt en een heup breekt. Ze is eenzaam. Wat ik niet noem, maar wat moet blijken, is dat ze in een verpleeghuis terechtkomt. Zo kort gezegd is er niet veel aan. Toch is het een aardig miniatuurtje geworden, waar ik met mijn tong tussen de tanden aan heb zitten schaven.
Mensen zijn verbaasd als ik vertel dat ik een schrijfcursus doe: ‘Jij kunt toch al schrijven?’ Dat wil ik niet ontkennen, maar dit is anders. In de eerste plaats gaat het om verzonnen verhalen (gedichten en toneel komen nog aan bod). Mijn blogs hebben juist stevige wortels in de realiteit. Daarnaast passeren allerlei technieken de revue die kunnen helpen de lezer mee te nemen. Er is veel te leren.
Vanaf de eerste les draaide het niet alleen om schrijfvaardigheid, maar net zo goed om leesvaardigheid. Door over manieren van vertellen te leren ga ik ook wat ik lees anders waarderen. Ik begrijp beter waarom het is geschreven zoals het is geschreven, hoe gerenommeerde auteurs een verhaal voor het voetlicht brengen. Het is opvallend om te merken dat dit ook van toepassing is op goede films en series. Anders leren lezen en kijken is voor mij het meest waardevolle van de eerste helft van de cursus.
Ik kan moeilijk inschatten wat ik er verder mee ga doen. Wellicht is iets van het geleerde te integreren in mijn blogs. In dit geval, in dit stukje van vandaag, sijpelt er geen straaltje fictie tussen de regels. Wie weet komt dat later. Of het blijven gescheiden werelden, werkelijkheid en verbeelding. Ik ben benieuwd.