Keuze

Met de verkiezingen op komst was ik begonnen me te interesseren voor politiek. Het doel daarbij was vooral om kort voor de dag niet afhankelijk te zijn van Stemwijzer of Kieskompas. Mijn aanpak zou grondig zijn.

Eerst maakte ik een schifting op basis van onmogelijkheden en eerdere voorkeuren. Dat leverde een rijtje op van vier partijen. Ik plaatste hun websites bij mijn favorieten. Zo kon ik makkelijk de standpunten en programma’s vergelijken. Overzichtelijk zat.

Er bleek al gauw meer kennis nodig te zijn om gedegen afwegingen te kunnen maken. Ik dook in sociaal-economische vraagstukken, populisme in Europa en een hele reeks andere verontrustende zaken. Naast websites, online beschikbare documentaires en de krant was er De Groene, waar ik een proefabonnement op had genomen, niet geheel toevallig.

Er kwam een overdaad aan problematieken tevoorschijn, meest van enorme complexiteit. En nergens kon ik iets aan doen, ongeacht hoeveel inzicht ik erin verwierf.

Niet alleen die onmacht speelde me parten, maar ook de honger naar meer informatie nu eenmaal een tip van de sluier was opgelicht. Bovendien groeide het plichtsgevoel om me zo goed mogelijk te informeren. Alleen kon ik dat nauwelijks met mate. Als ik ermee bezig ging was het volledig, geen middenweg. Het verdreef mijn rust. En die stelt me juist in staat nog iets te betekenen in deze wereld.

Daarom heb ik de zoektocht maar gestaakt, leek me beter. Van die vier partijen zijn er wel inmiddels twee overgebleven. De laatste keus moet dan maar een mild beredeneerde gok worden.

Vlucht

Het gaat nooit vanzelfsprekend tijdens een wandeling. Diep vanbinnen blijf ik schuw als het om vreemden gaat. Daar komt bij dat voor mij ieder passeren een kleine ontmoeting is. Ik moet me bezighouden met hoe me tot de ander te verhouden. Dat uit zich meestal in de kwestie van wel of niet groeten en zo ja hoe. Ook niets zeggen is dan een besluit.

Het was altijd tamelijk rustig op mijn terrein. Aan het eind van de jaren nul, toen het nog in aanleg was, wandelde ik al in het polderpark achter onze wijk. Ik droomde mezelf pionier, zag een rol weggelegd als wegbereider, dichtte: Dit gras hier is landingsbaan. / Iedere spriet biedt plek / aan meerdere van ons. Als het ware nodigde ik mensen uit die het gebied niet kenden. Ik liet open waar de vlucht precies vandaan was.

Het is inmiddels filelopen, vooral in het weekend met goed weer,  bij gebrek aan mogelijkheid tot winkelen. Dat heb ik niet uit eigen ervaring. Ik begeef me er niet bij zulke omstandigheden. Melanie had zich er gewaagd en vertelde het me. En zij is veel milder als het gaat om drukte, ziet vooral het voordeel, namelijk dat die mensen ook lekker buiten zijn en in beweging.

Voor mij is er weinig plezier meer aan, zelfs doordeweeks, een tijdstip waarop het vroeger prima te doen was. Ik kom te veel mensen tegen.

Laat dit een les zijn: wees voorzichtig wat je wenst. Nu vlucht ik zelf. Naar dagen met regen.

Verslag

Ik ging er deze week eens voor zitten om een verslag uit te werken. Dat was vanaf het begin het plan geweest, om iets te schrijven. In de veronderstelling dat het goed zou zijn dat alsnog te doen, pakte ik mijn krabbels erbij. Mogelijk viel er nog iets te winnen, inzicht te verwerven misschien.

Het zou gaan over de opdracht die ik mezelf had gegeven: uitzoeken hoe ik voor mij persoonlijk de toekomst zie. Vraag me niet wat daar ineens de noodzaak van was.

In het kort: ik ging graven en stuitte op de bodem.

Het uitwerken van mijn aantekeningen en gedachten daarover houdt in dat ik opnieuw in de materie duik. Een volgende ontsporing ligt niet meteen op de loer, maar leuk is anders. Al had ik me bij aanvang ter motivatie wel zoiets voorgesteld, ik doe geen studie waarbij iets van mij wordt verlangd. Ik heb het in de hand.

Het zou een kans kunnen zijn gevolg te geven aan mijn behoefte om te delen, anderen te laten weten wat ik doorgemaakt heb. Wie zit daarop te wachten? Ik weet wat ik eraan heb gehad, daar hoeft niet per se iets nog aan te worden toegevoegd. Behalve dat ik het laat bij wat het is. Dat is ook wat.

Ik was dwaas. Het is nergens voor nodig dat nog eens te zijn. Het ging gewoon goed en dat gaat het weer. Daar hoef ik verder geen vragen bij te stellen. Wat is de zin ervan?

Zeker die niet.

Uitnodiging

Een goede crisis hoeft niet lang te duren. Voor mijn laatste was anderhalve week genoeg, wat overigens niets over de diepte ervan zegt. Van buiten gezien was het een manische opstoot, die veel in zich had om uit te groeien tot een psychose. Alle zeilen moesten bij om echt erg te voorkomen. Of ze moesten juist gestreken, om de vaart eruit te halen. Het was nogal een beweging waarin ik was beland.

Het is ondoenlijk, al wil ik het nog zo graag, te omvatten wat die dagen me hebben gebracht. Ik weet al niet meer wat er door me heen ging, met welke uitnodiging het universum nou precies kwam. Het is als een droom. Van het onderdompelen in die stroom herinner ik me vooral dat het ondanks de ellende een hele rijkdom in zich had.

Ik blijf daarom zoeken naar geschikte woorden. Vermoedelijk moet ik ervoor terug naar een middag bij de plas. Doorgewinterde zwemmer Willem was naar het veld gekomen en had, na wat dralen en niet om een bepaalde reden, besloten op de kant te blijven. Melani, winterzwemmer en schrijver, was onder de indruk en repte van ‘de moed om het niet te doen’. Dat klonk goed, vond ik. Zij vond het oké als ik het eens wilde gebruiken.

De frase kwam op en bleef me bij tijdens de recente verwarrende periode. In alle bescheidenheid durf ik te zeggen dat die zo kort was vanwege mijn grote moed het niet te doen, er niet op in te gaan.

Gevaar

Het ging me voor de wind. Een goed moment, dacht ik, om een zelfonderzoek te starten. Met het oog op de toekomst. Waar zou ik over 5 jaar willen zijn, of over 10? Dat was de aanvankelijke insteek.

Eerst wilde ik bedenken welke vorm het resultaat zou kunnen hebben, of ik er begeleiding bij zou zoeken en of het nou echt nodig was hiermee aan de slag te gaan. Kon het niet gewoon doorgaan zoals het ging, het ging toch goed?

Maar voor ik het goed doorhad zat ik er al middenin. Al gauw bleek het niet te gaan over de komende jaren. Ik stuitte op een fundamenteler vraag: wat beweegt me ten diepste? Wat het ook is, ik kan het niet helpen dat het me van tijd tot tijd naar deze ruige zee dirigeert.

Die meende ik gedoseerd toe te kunnen laten, onderzoek doen én gewoon doorgaan. Dat was voor de kwestie geen optie. Vragen naar fundamenten is eraan morrelen.

Intussen zit ik met de gebakken peren. Ik was mezelf al gaan voorstellen als een zeiljacht, zo’n zeewaardige schuit met een hele verzameling zeilen aan meerdere masten, dat tegen de elementen was opgewassen en zonder veel moeite zwaar weer kon doorstaan. Het jubelen daarover was bij vlagen niet van de lucht.

Er is gelukkig niet echt iets mis. Alleen kan er soms, als ik aan het begin van de nacht wakker lig, iets ongenadig in mij aan het werk gaan.

Dan denk ik weer meer aan dat papieren bootje.

Kamervragen

De stofzuiger stofzuigde niet meer naar behoren. De eerste seconden na het inschakelen werkte hij goed. Daarna begon het loeien, verscheen het rode vlakje achter het kunststof venstertje bovenop en liep de zuigkracht met forse schreden terug. Kapot, dachten we. En het is niet een tijdsgewricht waarin je apparaten laat maken. Waar zouden we heen moeten? Bovendien was een andere makkelijk besteld.

Toch nog met duurzaamheid in gedachten koos ik voor een duurder model. Aan de kwaliteit ligt het niet. Die nieuwe zuigt uitstekend en blijkt stiller te zijn en zelfs slim.

Alleen zat ik nog met die afgedankte in mijn maag, het niet eens zo oude beestje. Wegbrengen naar de stort leek me ineens zo grof. Ik wilde haar (let op de subtiele wijziging van het geslacht) toch nog een kans geven en nam contact op met een repaircafé. Daar was ze welkom en of ik dan vooraf het merk, typenummer en mankement wilde doorgeven, zodat er alvast op kon worden gestudeerd. Voor de gegevens zocht ik de handleiding. Die bladerde ik even door en ontdekte daarbij dat haperingen te maken konden hebben met volle filters. Een kwartier later ‘repareerde’ ik onze stofzuiger. Het bleek nota bene een filter te zijn dat ik vaker had gereinigd.

Dit is typisch een kwestie voor kamervragen en wellicht een parlementaire enquête. Niemand zou echter in staat zijn uit te leggen hoe het toch kon gebeuren dat een prijzig apparaat werd aangeschaft zonder degelijk onderzoek vooraf naar wat er schortte aan de oude.

Bestemming

Het was alweer even geleden dat ik naar de plas wandelde voor een duik, meestal fiets ik. Ik liep met de intentie alleen maar te wandelen, maar toch eigenlijk op zoek naar een bijzondere ervaring. Ik kon niet wachten tot die zich voordeed: een inzicht over het een of ander, een onverwacht voorval dat me met vreugde zou vervullen, een moment even alleen maar zijn en verder niets.

Intussen werkte ik er hard aan open te staan voor zoiets. Met veel geestkracht gaf ik gedachten die in de weg stonden een plek en probeerde ik ze achter me te laten. Er was overigens weinig dat me stoorde. Dat ene idee bleef echter hardnekkig aanwezig, namelijk dat ik iets van verlichting zocht, ik denk ook verlangde. Me daarop blindstarend bereikte ik niets.

Later die middag ging ik er, gezeten op mijn meditatiekussen, net zo hard mee door. Mijn adem was uiterst kalm, diep in de buik, en alles wees op een mogelijkheid, een doorbraakje. Mijn hele wezen klemde zich eraan vast. Hoewel ik ook wel geleerd heb die focus los te laten, bleef ik ermee bezig.

Een zinnetje kwam halverwege op dat ik anderhalve week eerder had meegekregen. Het werkte als een ventiel. Vriend Piet had verteld in 2004 een mail aan Iceman Wim Hof te hebben gestuurd. Hij wilde weten hoe hij in water van 10 graden het nog langer dan een kwartier zou kunnen uithouden. Het antwoord was simpel en gaat in veel situaties op: ‘Je bent er al.’

Papier

We hebben een periode gekend dat ik erotische verhalen schreef, niet al te subtiel, bedoeld voor Melanie. Je moet als echtgenoot soms wat om het vuur gaande te houden. Mee eens, mannen?

Er lagen nog steeds wat A4’tjes onder het tafeltje dat dienstdoet als nachtkastje. Bij het opruimen van de slaapkamer vroeg ik Melanie of die een keer weg mochten. Voor mijn archief is het atypische werk altijd nog digitaal opgeslagen. ‘Als je ze maar wel discreet de deur uit doet’, zei ze benauwd. Dat beloofde ik en gooide ze in de hal in de oud-papiermand.

Zaterdagochtend, op weg naar de ondergrondse container, was ik de hete schrijfsels helemaal vergeten, totdat vlak voor het inwerpen de vellen tussen een paar kranten vandaan schoven en de wind vat kreeg op twee ervan. Het eerste kon ik, terwijl ik mijn ene schoen op de rest zette, met een ferme stap onder de andere vangen. Het tweede fladderde over de stoep bij me vandaan. Dat er net een dame achter een rollator aankwam, zou geluk geweest kunnen zijn, of juist niet. Het papier kwam voor een wieltje terecht en de vrouw hoefde maar een kleine beweging te maken om het daar te fixeren. Het was in ieder geval geluk, vond ik, dat het oudje te stram was om te bukken. Ze probeerde het niet eens.

De rest van mijn opwindende oeuvre stevig vastklemmend, liep ik op de vrouw toe, bedankte haar met een geknepen glimlach en raapte vlug Natasja gaat solliciteren van straat.

Overname

Ik hou van Cindy. Ze zou best al begin veertig kunnen zijn, maar blijft iets hebben van een verlegen meisje. Ze laat weinig los. Sinds ik brood haal bij de bakker in het kleine winkelcentrum, en dat is al meer dan vijftien jaar, werkte ze daar achter de toonbank.

De winkel is een tijdje van een andere eigenaar geweest, niet meer van de bakker zelf van een paar dorpen verderop. Er liepen toen meisjes rond die bijvoorbeeld drie keer vroegen wat ik bliefde en daarna twee keer of dat echt ongesneden moest zijn. Ze begonnen ook een volgende klant te helpen voordat ze me gedag hadden gezegd, als het daar al van kwam.

Toen Cindy onverwacht terug was, verborg ik mijn blijdschap niet. Zij straalde ook. Doordeweeks bestiert ze de zaak nu in haar eentje. Tegen haar hoef ik maar één keer te zeggen wat ik aan brood en dergelijke wens. Van dat ongesneden weet ze intussen wel. Ik kan haar ook bellen voor een bestelling, die ze de volgende dag met liefde klaarlegt. Na het afrekenen bedankt ze me, ik bedank haar en we wensen elkaar een fijne dag.

Vorige week kreeg ze van een installateur instructies over een nieuwe betaalautomaat. Die zou daar vast van hogerhand zijn geplaatst, dacht ik. Bij toeval zag ik later een afschrijving. Die was gedaan onder de naam Cindy’s Brood. Ze heeft het winkeltje blijkbaar overgenomen. Meteen hield ik nog meer van haar. En ik begreep die extra toewijding van de laatste weken.

Blaren

Mijn tocht naar Santiago zie ik graag als een routekaart. Zonder veel moeite zijn elementen van die reis te relateren aan mijn levenswandel. Ik hou daarbij de chronologische volgorde aan, wel als een harmonica soms ingedrukt en in andere periodes uitgerekt. Het vertrek uit Utrecht, een pauze in Zuid-Frankrijk en het slot op de kaap van Finisterre, einde van de aarde, in een restaurantje aldaar.

Vorige week werd ik 48. De avond ervoor was ik in bijzijn van Melanie in huilen uitgebarsten, iets wat me verder nauwelijks overkomt. Het kwam uit het niets. Terwijl ik tussen het schonken door opheldering probeerde te geven, werd er veel duidelijk. Als het al ergens uit voortkwam, was dat eerder geluk dan verdriet.

Ik stapte onder de douche om bij te komen en realiseerde me op dat moment waar ik was op de kaart. Het grootste deel van de tijd had ik last van blaren gehad; slechte schoenen, weinig oefening vooraf. Elk plekje van mijn voeten was aan de beurt geweest. Ze hadden opengelegen, er waren pijnlijke eeltlagen ontstaan. Totdat ze halverwege Spanje ineens brandschoon waren en ik soepel liep.

Het is riskant iets, overdrachtelijk gezien, zo absoluut vast te stellen. De tijd zal uitwijzen of deze intuïtieve overtuiging standhoudt. Toch verwacht ik nog het enorme wierookvat door de kathedraal te zien slingeren, en uiteindelijk in dat restaurantje te worstelen met een sausfles, waar de dop niet af wil. Ik knijp zo hard dat die losschiet en mijn bord, shirt en broek onder zitten.

(foto: Museum Catharijneconvent)

Dag

Voor iemand zonder werk ben ik opvallend vroeg uit bed, doordeweeks om half zeven. Iedere dag staat er iets gepland, van vrijwilligerswerk en zwemmen tot huishoudelijke taken en schrijven. Het is nogal een rijkdom momenteel, niet in een paar regels te vatten.

Ik ben erbij gebaat om voor de basis vaste momenten aan te houden. De kunst om dat goed te doen, kent zijn oorsprong in een verleden met continu ontregeling op de loer. Ik ontdekte dat alleen maar spontaniteit niet werkte. Dan zou ik vooral bezig blijven te bedenken wat nu eens te doen en kwam ik tot niets. In die periode zagen mijn eerste dag- en weekschema’s het licht.

Na jarenlang strikt naleven ontstond er ruimte om met activiteiten te schuiven. Sommige dingen blijven onwrikbaar, zoals op woensdag naar de visboer voor twee haringen met ui. Maar als het schrijven een keer niet lukt, kan dat ook later en ga ik bijvoorbeeld eerst naar de plas. Of als ik met iemand een lange wandeling maak, gaat het vrijwilligerswerk naar de dag daarop.

Deze week heb ik zo zitten schuiven dat er een nieuw permanent karakter opdoemde en een kakelvers schema verscheen. Daar ben ik mee in mijn nopjes. De term schemafetisjist zou hier van toepassing kunnen zijn. Als ik denk aan de schoonheid ervan en de aanstaande uitvoering, schenkt me dat al genot.

Het past tot mijn verrassing uitstekend dat de publicatie van het blog, sinds drie en een half jaar op vrijdagochtend, naar de zaterdag verhuist. Lekker.