Bestemming

Het was alweer even geleden dat ik naar de plas wandelde voor een duik, meestal fiets ik. Ik liep met de intentie alleen maar te wandelen, maar toch eigenlijk op zoek naar een bijzondere ervaring. Ik kon niet wachten tot die zich voordeed: een inzicht over het een of ander, een onverwacht voorval dat me met vreugde zou vervullen, een moment even alleen maar zijn en verder niets.

Intussen werkte ik er hard aan open te staan voor zoiets. Met veel geestkracht gaf ik gedachten die in de weg stonden een plek en probeerde ik ze achter me te laten. Er was overigens weinig dat me stoorde. Dat ene idee bleef echter hardnekkig aanwezig, namelijk dat ik iets van verlichting zocht, ik denk ook verlangde. Me daarop blindstarend bereikte ik niets.

Later die middag ging ik er, gezeten op mijn meditatiekussen, net zo hard mee door. Mijn adem was uiterst kalm, diep in de buik, en alles wees op een mogelijkheid, een doorbraakje. Mijn hele wezen klemde zich eraan vast. Hoewel ik ook wel geleerd heb die focus los te laten, bleef ik ermee bezig.

Een zinnetje kwam halverwege op dat ik anderhalve week eerder had meegekregen. Het werkte als een ventiel. Vriend Piet had verteld in 2004 een mail aan Iceman Wim Hof te hebben gestuurd. Hij wilde weten hoe hij in water van 10 graden het nog langer dan een kwartier zou kunnen uithouden. Het antwoord was simpel en gaat in veel situaties op: ‘Je bent er al.’

Papier

We hebben een periode gekend dat ik erotische verhalen schreef, niet al te subtiel, bedoeld voor Melanie. Je moet als echtgenoot soms wat om het vuur gaande te houden. Mee eens, mannen?

Er lagen nog steeds wat A4’tjes onder het tafeltje dat dienstdoet als nachtkastje. Bij het opruimen van de slaapkamer vroeg ik Melanie of die een keer weg mochten. Voor mijn archief is het atypische werk altijd nog digitaal opgeslagen. ‘Als je ze maar wel discreet de deur uit doet’, zei ze benauwd. Dat beloofde ik en gooide ze in de hal in de oud-papiermand.

Zaterdagochtend, op weg naar de ondergrondse container, was ik de hete schrijfsels helemaal vergeten, totdat vlak voor het inwerpen de vellen tussen een paar kranten vandaan schoven en de wind vat kreeg op twee ervan. Het eerste kon ik, terwijl ik mijn ene schoen op de rest zette, met een ferme stap onder de andere vangen. Het tweede fladderde over de stoep bij me vandaan. Dat er net een dame achter een rollator aankwam, zou geluk geweest kunnen zijn, of juist niet. Het papier kwam voor een wieltje terecht en de vrouw hoefde maar een kleine beweging te maken om het daar te fixeren. Het was in ieder geval geluk, vond ik, dat het oudje te stram was om te bukken. Ze probeerde het niet eens.

De rest van mijn opwindende oeuvre stevig vastklemmend, liep ik op de vrouw toe, bedankte haar met een geknepen glimlach en raapte vlug Natasja gaat solliciteren van straat.

Overname

Ik hou van Cindy. Ze zou best al begin veertig kunnen zijn, maar blijft iets hebben van een verlegen meisje. Ze laat weinig los. Sinds ik brood haal bij de bakker in het kleine winkelcentrum, en dat is al meer dan vijftien jaar, werkte ze daar achter de toonbank.

De winkel is een tijdje van een andere eigenaar geweest, niet meer van de bakker zelf van een paar dorpen verderop. Er liepen toen meisjes rond die bijvoorbeeld drie keer vroegen wat ik bliefde en daarna twee keer of dat echt ongesneden moest zijn. Ze begonnen ook een volgende klant te helpen voordat ze me gedag hadden gezegd, als het daar al van kwam.

Toen Cindy onverwacht terug was, verborg ik mijn blijdschap niet. Zij straalde ook. Doordeweeks bestiert ze de zaak nu in haar eentje. Tegen haar hoef ik maar één keer te zeggen wat ik aan brood en dergelijke wens. Van dat ongesneden weet ze intussen wel. Ik kan haar ook bellen voor een bestelling, die ze de volgende dag met liefde klaarlegt. Na het afrekenen bedankt ze me, ik bedank haar en we wensen elkaar een fijne dag.

Vorige week kreeg ze van een installateur instructies over een nieuwe betaalautomaat. Die zou daar vast van hogerhand zijn geplaatst, dacht ik. Bij toeval zag ik later een afschrijving. Die was gedaan onder de naam Cindy’s Brood. Ze heeft het winkeltje blijkbaar overgenomen. Meteen hield ik nog meer van haar. En ik begreep die extra toewijding van de laatste weken.

Blaren

Mijn tocht naar Santiago zie ik graag als een routekaart. Zonder veel moeite zijn elementen van die reis te relateren aan mijn levenswandel. Ik hou daarbij de chronologische volgorde aan, wel als een harmonica soms ingedrukt en in andere periodes uitgerekt. Het vertrek uit Utrecht, een pauze in Zuid-Frankrijk en het slot op de kaap van Finisterre, einde van de aarde, in een restaurantje aldaar.

Vorige week werd ik 48. De avond ervoor was ik in bijzijn van Melanie in huilen uitgebarsten, iets wat me verder nauwelijks overkomt. Het kwam uit het niets. Terwijl ik tussen het schonken door opheldering probeerde te geven, werd er veel duidelijk. Als het al ergens uit voortkwam, was dat eerder geluk dan verdriet.

Ik stapte onder de douche om bij te komen en realiseerde me op dat moment waar ik was op de kaart. Het grootste deel van de tijd had ik last van blaren gehad; slechte schoenen, weinig oefening vooraf. Elk plekje van mijn voeten was aan de beurt geweest. Ze hadden opengelegen, er waren pijnlijke eeltlagen ontstaan. Totdat ze halverwege Spanje ineens brandschoon waren en ik soepel liep.

Het is riskant iets, overdrachtelijk gezien, zo absoluut vast te stellen. De tijd zal uitwijzen of deze intuïtieve overtuiging standhoudt. Toch verwacht ik nog het enorme wierookvat door de kathedraal te zien slingeren, en uiteindelijk in dat restaurantje te worstelen met een sausfles, waar de dop niet af wil. Ik knijp zo hard dat die losschiet en mijn bord, shirt en broek onder zitten.

(foto: Museum Catharijneconvent)

Dag

Voor iemand zonder werk ben ik opvallend vroeg uit bed, doordeweeks om half zeven. Iedere dag staat er iets gepland, van vrijwilligerswerk en zwemmen tot huishoudelijke taken en schrijven. Het is nogal een rijkdom momenteel, niet in een paar regels te vatten.

Ik ben erbij gebaat om voor de basis vaste momenten aan te houden. De kunst om dat goed te doen, kent zijn oorsprong in een verleden met continu ontregeling op de loer. Ik ontdekte dat alleen maar spontaniteit niet werkte. Dan zou ik vooral bezig blijven te bedenken wat nu eens te doen en kwam ik tot niets. In die periode zagen mijn eerste dag- en weekschema’s het licht.

Na jarenlang strikt naleven ontstond er ruimte om met activiteiten te schuiven. Sommige dingen blijven onwrikbaar, zoals op woensdag naar de visboer voor twee haringen met ui. Maar als het schrijven een keer niet lukt, kan dat ook later en ga ik bijvoorbeeld eerst naar de plas. Of als ik met iemand een lange wandeling maak, gaat het vrijwilligerswerk naar de dag daarop.

Deze week heb ik zo zitten schuiven dat er een nieuw permanent karakter opdoemde en een kakelvers schema verscheen. Daar ben ik mee in mijn nopjes. De term schemafetisjist zou hier van toepassing kunnen zijn. Als ik denk aan de schoonheid ervan en de aanstaande uitvoering, schenkt me dat al genot.

Het past tot mijn verrassing uitstekend dat de publicatie van het blog, sinds drie en een half jaar op vrijdagochtend, naar de zaterdag verhuist. Lekker.

Broekspijp

Een hond snuffelde in het gras. Het bijbehorende vrouwtje struinde aan de andere kant van het pad. Het was haast onvermijdelijk dat ik tussen haar en het mormel door liep. Het beest begon daarop te blaffen en zat binnen de kortste keren met zijn grommende snuit bij mijn broekspijp. In een trage reflex stak ik mijn handen in mijn jas, om mijn vingers te beschermen, en om te deëscaleren. Het werd niet stil.

Even daarvoor was ik drie keer een loslopende hond tegengekomen waar loslopen niet mocht. Het gaat van kwaad tot erger daar. Ik overweeg me aan te melden als speciaal buitengewoon opsporingsambtenaar. Dan maak ik mijn wandelingen voortaan met een bonnenboekje op zak. Ik heb mijn roeping gemist. Nu was ik slechts gereed, voor het geval het geringste grommetje mijn kant op kwam, om vriendelijk doch met gitzwarte ondertoon de baasjes aan te spreken. Het bleef steeds bij een groet.

Juist op de plek waar loslopen mocht, kwam die ene op me af. In een poging de angel eruit te halen, bleef ik stilstaan. Ik vroeg de vrouw wat er aan de hand was, of ik verkeerd liep, bijvoorbeeld. Dat was het niet, hij was al de hele ochtend in een rare bui, wilde niet luisteren. Dat hij dit anders nooit deed, bleef net achterwege.

Het paste bij de situatie om zelf ook eens flink te gaan blaffen. Misschien bedankte ze me daarvoor, toen ze het dier uiteindelijk aan de riem kreeg, dat ik dat niet had gedaan.

Opgeruimd

Tijdens de eerste coronagolf circuleerde op Whatsapp een tekst van ene Susan Blanco: Maar de lente wist het niet. Hij was me in korte tijd drie keer toegestuurd. Er werd een beeld geschetst van wat er zoal speelde rond de crisis, veelal met een optimistische blik en een positieve insteek. Het was een te lang stuk voor dat medium en propvol vette sentimenten. Desondanks betrapte ik me soms op kippenvel van enthousiasme. Het bevatte echter ook een idee dat me tegen de borst stuitte. Susan schreef over ‘een dag van bevrijding, waarop de premier iedereen vertelde dat de noodsituatie voorbij was, dat het virus had verloren’.

Larie.

Die bevrijding lag niet ergens in de toekomst, vond ik, en ligt daar nog steeds niet. Die bevrijding vindt vandaag plaats. En hoe gek het ook klinkt, het virus helpt erbij. Het was, ondanks de onmiskenbare lichtpuntjes, natuurlijk allemaal heel erg, heel erg allemaal. En is dat. Maar zet de tv even uit en laat de krant en internet voor wat ze zijn en ervaar wat er binnen direct bereik van je zintuigen ligt. Misschien lag het aan mij, hoewel ik meende niet de enige te zijn: ik had juist toen momenten dat ik intens kon genieten van iets simpels. Ondanks de verwarring was mijn leven ineens opgeruimder. Het was op slag helderder wat me te doen stond, gewoon als het om dagelijkse dingen ging. Dát ervoer ik als een bevrijding.

Zeven maanden verder blijkt die houding, hoewel wat afgezwakt, lang mee te kunnen.

Jarig

Melanie sprak haar veto uit over het blog dat ik hier gepland had. Dat recht heeft ze als het om persoonlijke zaken gaat, zeker wanneer het seks betreft. Niet iedereen hoeft van alles op de hoogte te zijn.

Later kon ik haar overtuigen het verhaal toch de wereld in te laten. Mijn sterkste argument, waar zij gevoelig voor bleek, was dat het om een van mijn beste blogs ooit ging. Ze gaf toe er ook na de derde keer lezen hard om te moeten lachen en wilde me deze mogelijkheid om mijn schrijfkunst te etaleren niet ontnemen.

Na haar schoorvoetende instemming plande ik het voor vandaag, vrijdag 9 oktober, in als bericht. Te elfder ure rees bij mijzelf twijfel. Wie mijn werk kent, weet dat ik het niet schuw me bloot te geven. Het gaat me toch te ver om een ander er zo nadrukkelijk bij te betrekken. Ze is nog jarig ook vandaag.

Zonder blog zit ik met de handen in het figuurlijke haar. Ik krijg het niet meer voor elkaar om buiten de vakantie om een week over te slaan. Sommigen, waaronder mijn moeder en mijn schoonmoeder, rekenen gewoon op een stukje aan het eind van de week. Die zitten zich al af te vragen waar het nou toch blijft. Daarbij heb ik uiteraard mijn jaarlijkse quotum te halen.

Ik weet het goed gemaakt. Ik draag dit blog op aan mijn allerliefste. Je kunt haar feliciteren met haar 47e (toch weer iets onthuld). Hieronder (alleen vandaag) haar mailadres.

Hofhouding

Ik wilde de koningin een mail sturen. Gezien haar leeftijd past de titel prinses wellicht beter. Ze is hoe dan ook van adel. De beoogde ontvanger van mijn schrijven was Marieke Lucas Rijneveld, winnaar van de International Booker Prize.

Ze had in Volkskrant Magazine verteld twee keer per week in de plas te zwemmen, de mijne, de onze. Ze zou dat doen tot het schaatsseizoen begon, en daarna weer vanaf april, als het water nog best koud was. Het leek me goed haar erop te wijzen dat ze ook het hele jaar door kon zwemmen en dat ze van harte welkom was bij de winterzwemclub. Om een ongemakkelijke verrassing te voorkomen kon ik niet weglaten dat het onze voorkeur heeft naakt te water te gaan.

Helaas kon ik haar adres niet vinden. Dat was bij de echte koningin een stuk makkelijker. Toen Beatrix nog op de troon zat, had ik eens een aan haar geadresseerde envelop op de bus gedaan. De afzender, een medepatiënt, mocht op dat moment niet van de afdeling. Ze wilde geen antwoord geven op mijn vraag wat ze de majesteit had geschreven. Ik betwijfelde of die brief de eerste schifting van de hofhouding zou passeren.

Ik heb mijn bericht maar naar de afdeling publiciteit van de uitgeverij gestuurd. Mogelijk fungeert die als hofhouding voor Marieke Lucas. Mijn hoop is dat ze het doorsturen. Blijft het nog de vraag of de schrijfster toekomt aan lezen en beantwoorden. Ze wordt vast bedolven onder interviewverzoeken, fanmail en eigenaardige voorstellen.

Fluiten

Een winterzwemvriendin vroeg wat ik op zou zetten. Ik had even daarvoor gezegd die middag muziek te gaan luisteren. ‘Chet Baker’, sprak ik mijn vermoeden uit. Er was instemming: ‘Wat gaat het worden, zang of trompet?’ ‘Trompet’, verwachtte ik, ‘of’, zei ik daarna snel, ‘George Michael.’ Ai. Dat waren de nieuwe luidsprekers, waar ik haar eerder over had verteld, ineens niet waard. Ik sputterde tegen dat hij best goeie dingen had gemaakt. ‘Dat kun jij vinden’, was het laatste wat ze erover te melden had.

Deze diskwalificatie indachtig draaide ik thuis eerst Listen Without Prejudice. Maar Michael begon toch al snel te vervelen. Baker daarentegen verraste me.

Aan de zoektocht naar een bepaald nummer van hem was ik nooit goed toegekomen. Ik floot het al maanden voor mezelf, of jaren eigenlijk. Ik floot al wandelend of op de fiets, steeds vaker, behalve als er veel anderen in de buurt waren. Na vrije improvisaties kwam ik altijd weer uit bij de mij zo bekende melodie. De titel was ik kwijt, geen idee op welk van zijn talloze albums het kon staan.

Na Michael koos ik lukraak voor In New York. Toegegeven, ik zat al een tijdje online te shoppen en niet meer echt te luisteren, toen het daar ineens was. Padapedapepapaaa papedepaaa. Ik geloofde mijn oren niet, zomaar in mijn schoot geworpen. Het bleek nog behoorlijk te verschillen door de verbastering die erin was geslopen; andere noten, meer noten, minder noten, ander tempo, maar onmiskenbaar wat me al zo lang vergezelt.

Broeders

Sinds we streamen luister ik veel meer muziek, een waaier van genres en stijlen. De dag begint met gregoriaans. Ondertussen tik ik wat.

De klanken blijven verbonden met de ochtend dat ik het beste wakker werd ooit. Dat gebeurde in een refugio, toevluchtsoord voor pelgrims, in een woestijnachtig deel van Noord-Spanje. Het was een paar jaar voor de moderne pelgrimage naar Santiago de Compostela een echt hoge vlucht nam. Voor de Pyreneeën was mijn tocht nog solo, erna liep ik met een groepje andere jonge mensen. Ieder had zijn of haar beweegredenen. Veel religieus zat daar niet bij.

We sliepen die nacht in een van grof, grijs gesteente opgetrokken oase. De geestelijke die de tent runde, ook niet zo oud, had ons met overvloedig stromende vreugde ontvangen. Bij katholieke monniken is het vaak maar de vraag of het ze te doen is om het aanbidden van god of eerder om de toewijding op zich. Het ging deze man in mijn ogen toch zeker om het laatste.

Het leek er die ene ochtend op dat hij ermee de magie naar zijn hand kon zetten. Hij had een cd opgezet en het hele gebouwtje vulde zich met de stemmen van andere toegewijden, die me zo wonderlijk licht de nieuwe dag in droegen.

Melanie kan er niet goed tegen, die galmende broeders en zusters. Om de vrede te bewaren schakel ik, zodra haar stappen op de trap klinken, naar gemakkelijker liedjes, van bijvoorbeeld afspeellijst ’t Koffiehuis. Ik heb mijn portie goede start dan gehad.