Rebellie

Ik ben om. Het is vijf óver twaalf voor het klimaat. Het heeft een tijd geduurd eer dat ten diepste wilde doordringen. Eerder was er het besef wat opwarming betekent voor de aarde en alles erop en eraan. Echte urgentie, vergeleken met nu, leefde bij mij nog niet. Vooral een paar podcasts over het onderwerp hebben me over de streep getrokken. Het is een soort van wakker worden. Eenmaal om is er geen weg terug.

In te laten dalen wat ons te wachten staat is dan toch nog vrij pijnlijk, misschien vooral omdat het met veel onzekerheid gepaard gaat. Ik kan er zwaarmoedig van worden, en soms gespannen of boos. Het is daarom niet iets om continu mee bezig te zijn. Het is aan de andere kant zeker niet iets om de ogen voor te sluiten of voor weg te lopen. Wat dan?

Enkele jaren terug hield ik een tijdje mijn route naar de plas schoon. Zowel heen als terug vulde ik een plastic boodschappentas met zwerfvuil. Soms spraken mensen me daarover aan, met lovende woorden. Hun reactie ging verder vrijwel altijd gepaard met woede over al het afval. Ik deelde die woede niet. Door er iets aan te doen ervoer ik juist rust. Verontwaardiging kreeg geen kans, er was vooral dankbaarheid dat ik iets kon bijdragen.

Daar ergens ligt de sleutel nu ook. Vorige week heb ik me aangemeld bij Extinction Rebellion. Althans. In eerste instantie meende ik me alleen opgegeven te hebben voor een nieuwsbrief, zodat ik op de hoogte kon blijven van acties. Er kwam echter direct een bericht terug dat iemand in de komende weken (‘het is druk’) contact op zou nemen over wat ik kon doen.

Mijn jongste van zestien moest hard lachen toen ik het hem vertelde. Hij zag mij nog niet deelnemen aan blokkades, bedrijven bezetten of me ergens aan vastlijmen. Ikzelf ook niet, te spannend. Wie weet kan ik me op een andere manier nuttig maken. Dat hoeft niet per se bij die beweging. Er komt vast iets op mijn pad waar mijn inzet van betekenis is.

Dat ik bij lange na geen early adopter ben, weerhoudt me er niet van nu op de trein te springen, overtuigd inmiddels van de noodzaak. Het zou zomaar kunnen dat ik tot de grote groep behoor, de critical mass, die besluit niet langer zwijgend langs de kant te staan en die een beslissend duwtje in de goede richting geeft.

podcasts: De Groene Eeuw (Ruben Jacobs), Klimaattherapie (Cecilia Adorée), De Ommezwaai (NPO Radio 1/BNNVara, Sander Heijne)

Uier

Daar gaat mijn beginzin. Ik was van plan geweest me hardop af te vragen waarom, ondanks dat van vrijwel alles de prijs stijgt, die van een liter halfvolle melk hetzelfde blijft. Maar nu zie ik net dat de online supermarkt zes cent meer vraagt dan voorheen. Nog een schijntje. Het kan bijna niet anders dan dat er een pervers mechanisme achter schuilgaat. Dat was voor mij kortgeleden reden, onder andere, om over te stappen op biologische melk.

Mooier zou zijn om helemaal van de uier af te gaan. Daar wringt het. Ik ben van jongs af aan op melk verzot. Ook mijn eigen kinderen hebben het met de paplepel ingegoten gekregen. Merkwaardig, zullen we over een paar decennia zeggen, iets nuttigen wat de natuur eigenlijk heeft bedacht voor kalveren.

Dus ligt het voor de hand om nu, na de vleesconsumptie hier te huize te hebben gedecimeerd, over te stappen op een dieet zonder zuivel. Had ik al gezegd dat er iets wringt? Er gaat bij de lunch met een broodje kaas niets boven een beker of twee. Die kaas is waarschijnlijk nog een groter probleem om achterwege te laten, maar ik wil me eerst toeleggen op het uitbannen van de melk.

Het is een ambitieus project. Het makkelijkst zou zijn het helemaal niet meer te kopen, daar heb ik over gedacht. Zoals gezegd zijn er nog andere mensen van afhankelijk, Melanie overigens niet, die heeft de stap lang geleden al gezet, geen druppel meer, waarvoor hulde. Ik kan echter niet zomaar de gevolgen van mijn veranderende visie aan de kinderen opdringen. En vooralsnog, zolang er pakken in de koelkast liggen of op tafel staan, zijn die niet veilig voor mij.

Het zou een ferme discipline vereisen wel van de drank af te blijven, een rechte rug, ruggengraat überhaupt. Uit het verleden, recent nog bij het voornemen niet naar het WK te kijken, is gebleken dat op dat vlak wat te wensen over is. Er zal een andere strategie van stal moeten worden gehaald. Daar ga ik de komende tijd eens uitgebreid op broeden. O ja, eieren, bij het consumeren daarvan kun je ook vraagtekens plaatsen. Het is geen makkelijke tijd.

Objectief

Het was lang geleden eigenlijk al tijd om bij alles wat we deden en consumeerden na te denken over welke impact het had op het klimaat. De fase van ‘maar het moet wel leuk blijven’ zijn we inmiddels ruimschoots gepasseerd. Bij bijna elke actie en zeker bij elke aankoop dienen we ons rekenschap te geven van wat ze betekenen voor de leefbaarheid van de aarde.

Het moet nu echt eens afgelopen zijn, zeg ik vooral tegen mezelf, met bijvoorbeeld het kopen van spullen. Al die dingen die we denken te moeten hebben, staan aan de wieg van de ondergang. Het is helaas geen grap.

Ik schaam me ook een beetje dat ik nu pas echt stilsta, nu het ineens veel meer kost dan voorheen, bij wat we aan warmte verbruiken. We kunnen het nog betalen, dat is niet echt het probleem, maar wel dat we nu pas doorhebben – onbegrijpelijk eigenlijk – hoe makkelijk we altijd zijn geweest met het riant laten draaien van de verwarming.

Hier in huis weten we daarbij niet eens tot welke temperatuur. Onze woning heeft geen centrale thermostaat, we maken gebruik van stadsverwarming. Heet water komt in buizen bij de meterkast het huis binnen. In de kamers zit op elke radiator een thermostaatknop, waarbij geen temperatuur gekozen kan worden, alleen een bepaalde stand. Dat was in ons geval standaard ‘twee en een streepje’.

Dat moest sowieso minder, wisten we. Alleen konden we moeilijk bepalen hoeveel minder. Het gevoel is geen goede graadmeter. Dan zou het van allerlei factoren afhangen hoe de temperatuur wordt ervaren, zoals recente inspanning, huidige inspanning, stemming en of je net van buiten komt. Om de verwarming goed af te kunnen stellen zou een objectieve waarneming noodzakelijk zijn. Er zat niets anders op, zodat we optimaal konden besparen, dan een thermometer aan te schaffen.

Toch weer een ding dus. De duivel heeft hier overduidelijk een aandeel in.

Droogmolen

De aanschaf van een droogmolen paste binnen een doordacht pakket van kleine maatregelen om energie te besparen. Daarmee begaf ik me wel op het terrein van Melanie. Ik ben van de boodschappen, het koken, de schoonmaak en het afval. Zij is van de was.

Ik vond dat de wasdroger minder zou moeten draaien. Dat was goed, al moest ik min of meer toezeggen de was dan op te hangen, soms althans, en ’s avonds weer van de lijn te halen, in voorkomende gevallen.

In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, droogt textiel ook in de herfst en de winter buiten, op dagen met gunstige omstandigheden. Daar had ik eerst onderzoek naar gedaan. Zonder me te veel aan stereotypen te wagen, durf ik te zeggen dat zo’n onderzoekje onderdeel is van een iets mannelijker aanpak. Net als tegelijkertijd een knijperzak bestellen natuurlijk. Met een musketonhaak kan die aan riem of broeklus worden bevestigd, goed voor een deugdelijke Lucky Luke-feel.

Het moet nog blijken hoe een en ander uitpakt in de praktijk. Het eerste wasje zorgde alvast voor enige teleurstelling. Melanie had hem in alle vroegte laten draaien, zodat ik hem later op kon hangen. De zoemer van de wasmachine was mijn wekker. De weersverwachting voor die dag was goed. Alleen bleek het witte wasje veel te klein om aan die grote molen te hangen. Het paste prima op een rek binnen. Gelukkig kon ik wel de knijperzak gebruiken.

Kaliber

Het ergste ervan is om niets te doen te hebben als ik even niets te doen heb. Daarnaast voelt het onwerkelijk om niet ieder moment op de hoogte te zijn. Het zijn de ontwenningsverschijnselen na het stoppen met de hele dag door nieuws volgen.

De betreffende apps zijn van mijn telefoon en de favorieten uit mijn browser. Dat maakt de drempel hoog genoeg om mijn zucht naar headlines te beteugelen. Ik moest de stap nemen, kort na het begin van corona ben ik er ook toe overgegaan, ter bescherming van mijn innerlijke rust.

Ik ben niet gemaakt voor collectieve crises, persoonlijke wel, daar kan ik volop van genieten, die rek ik liefst zo lang mogelijk. Maar als het om klimaat gaat, of energie, woningnood of vluchtelingen, dan moet je niet bij mij zijn. Ik trek het me aan en kan er tegelijkertijd vrijwel niets aan doen.

Dat is het punt, die onmacht die aan me vreet. En alle onzekerheid die erbij komt kijken, ik kan het niet van me af laten glijden.

Dan maar voorkomen dat het de kans krijgt te blijven plakken en onder mijn huid te kruipen. Die show van Arjen Lubach kijk ik ook niet meer. Al een geluk dat ik niet gewend was voor talkshows de tv aan te zetten. Die maken je, voor zover ik er dus zicht op heb, sowieso al gek. Sociale media net zo, daar was ik tot mijn tevredenheid al een hele tijd klaar mee.

Wat overblijft is de krant. Die valt dagelijks licht belegen op de mat en kan ik met mate tot me nemen. Wel heb ik Melanie gevraagd me te laten weten als er in de loop van de dag iets belangrijks gebeurt, maar dan alleen van het kaliber ‘Poetin in dwangbuis naar Siberië’.

Terriër

Na een online zoektochtje, ik heb er zelf geen verstand van, blijkt het te gaan om een Amerikaanse Staffordshire terriër, die me nu twee keer de pas heeft afgesneden bij de plas. Hij liep zonder band en zonder begeleiding op het pad. De eerste keer, moet ik zeggen, was ik nog moedig genoeg of onverstandig genoeg om door te lopen. Het beest deed niets. Dat zal de eigenaar vast ook zeggen, dat hij niets doet, hoor. De tweede keer durfde ik het, de onbetrouwbaarheid van het ras indachtig, niet aan en heb ik rechtsomkeert gemaakt. Daarmee werd me een frisse duik ontnomen en die had ik net hard nodig. Ik had er aan de andere kant ook weer geen twintig minuten extra lopen voor over. Ik liep terug en kwam op het fietspad in het park, aanlijngebied, een keffertje tegen dat aan mijn enkels snuffelde. Normaal hou ik me in, echt, dat zou ik veel vaker niet moeten doen, maar deze keer blafte ik tegen de vrouw die erbij hoorde: ‘HONDEN AAN DE LIJN!’ en direct nog een keer: ‘HONDEN AAN DE LIJN!’ Volgens haar moest ik zelf aan de lijn. Jammer dat ze niet onder de indruk was.

Tingel

Als mijn medicijnen bijna op zijn, laat de apotheek me weten dat ik nieuwe kan halen. Het is een uitkomst. Ik kan nog behoorlijk georganiseerd, gedisciplineerd, opgeruimd en goed bij de tijd zijn, als het op pillen aankomt grijp ik soms zomaar mis. Dankzij de zogenoemde herhaalservice hoeft dat niet meer.

Geluk zit soms in een klein hoekje. Op de weg terug van mijn wekelijkse rondje langs winkels werd ik woensdag door mijn telefoon geattendeerd op een binnenkomend bericht. Ik ben iemand die daarvoor geluidjes ingeschakeld heeft. Het schijnt aan de leeftijd te liggen. Ik heb een tijdje zonder geprobeerd, maar kon daar niet aan wennen en zette de tingeltjes weer aan.

Om te kijken wie me probeerde te bereiken stopte ik langs de kant van de fietsstraat. Schijnt ook aan de leeftijd te liggen. Ik graaide mijn telefoon uit een jaszak en zag dat het een melding betrof van de apotheek. Daar was ik net een meter of twintig voorbij. Een medewerker moet, precies op het moment dat ik voorbijreed, op de knop ‘verzenden’ hebben gedrukt.

In de weer en aan de slag

Mijn bescheidenheid belet me niet te vermelden dat ik lang voor de hausse al in koud water zwom. De stek van mijn clubje is een veld bij de grootste van de Maarsseveense Plassen, zo’n drie kilometer van waar ik woon. Soms ga ik erheen op de fiets, soms te voet. De route voert onder meer door een natuurpark en over een beklinkerde weg, de Westbroekse Binnenweg.

Daar was het dat ik afgelopen zomer met een man in overall in gesprek raakte. De drie voorgaande dagen had ik hem aan het werk gezien bij een hek en was nieuwsgierig geworden naar de precieze aard van zijn bezigheden. Normaal ben ik er niet toe geneigd mensen vanuit het niets aan te spreken. Het zal een mild hypomane bui zijn geweest die er deze keer toe leidde dat ik het wel deed. De man reageerde vriendelijk, amicaal bijna, en maande me eerst om, met het oog op het risico aangereden te worden, van de weg af te komen. Daarna begon hij gebarend te vertellen dat het hek de toegang zou worden voor afvoerende vrachtwagens van de achtergelegen kas. De fundering diende te worden verstevigd.

Alle details van het maken van de bekisting en het storten van beton kwamen aan bod. Het ging me te snel om precies te volgen. Ik knikte maar. Ik kon me niet aan de indruk onttrekken dat de man meer aan het zeggen was dan de uitleg alleen. Je kent dat. Omdat het leeuwendeel van zulke extra betekenissen langs me heen gaat, heb ik er altijd moeite mee. Of misschien komt het doordat ik überhaupt denk dat er van extra betekenissen sprake is. In ieder geval zijn handwerkslieden er in mijn ogen uitermate bedreven in om een bouwwerk van metaforen op te trekken. Ondanks dat ik het maar deels begrijp, heb ik ontzag voor de wijsheid die erin schuilt.

Zelf heb ik, gezien mijn permanent voor arbeid afgekeurde staat, nooit voldoende met mijn handen kunnen werken om zoiets te ontwikkelen. Een blauwe maandag was ik hulpje van een hovenier, lang geleden, en ik ben een paar jaar fietskoerier geweest. Dat zijn de indrukwekkendste items op mijn cv als het om fysieke arbeid gaat. Schrijven, al is het pennen of tikken, is toch vooral hersenwerk.

De man raakte intussen niet uitgepraat. Het onderwerp fundering was al een tijdje achter de rug. Er was nog veel meer te vertellen, over de omgeving en andere van zijn werkzaamheden, en het leek erop dat hij wachtte tot ik hem zou onderbreken. Dat deed ik dan maar. Ik vertelde spontaan wat mij daar bracht, dat ik het jaar rond in de plas zwom, soms op de fiets ernaartoe en anders te voet. Hij reageerde met woorden die wel duidelijk waren en me sindsdien veel waard zijn. ‘Goed werk,’ zei hij, ‘mooi werk is dat.’

Dit verhaal verschijnt in het najaar in Plusminus, blad voor manisch-depressieven en betrokkenen. Een eerdere en kortere versie stond in MGT, voor winterzwemmers.

Pasvorm

(naast lezen kun je dit blog (voor het eerst) ook beluisteren)(kies voor ‘listen in browser’)

Er is al zoveel ellende in de wereld en dan moet de routine van mijn woensdagochtend er ook nog eens aan geloven. Lange tijd ben ik erg in mijn nopjes geweest met die routine, zowat kunst te noemen, vanwege haar steevaste karakter en pasvorm, ze zat als gegoten.

Halverwege de zomer heeft de online supermarkt haar bezorgtijden gewijzigd. Voor die tijd was mijn venster perfect. Aansluitend kon ik mijn vaste rondje maken langs bakker, kaasboer en visboer voor respectievelijk goed brood, goede kaas en uitstekende haring. Bij die winkels hoefde ik weinig meer te zeggen, ze wisten wat ik wilde hebben: ongesneden, boeren belegen, met uitjes.

Toen de bezorgservice de verschuiving naar drie kwartier later aankondigde heb ik nog een poging gedaan dat tegen te houden door een appje te sturen: dat ze dan helaas een klant kwijt waren. Zij wisten waarschijnlijk al dat het zo’n vaart niet zou lopen: dat ik vast een ander bezorgmoment zou vinden. Het is ze gelukt me in de tang te nemen. Ik zit vast aan het gemak. De winkel kan naar believen mijn tijdsgewricht uit de kom rukken.

Tot overmaat van ramp is Cindy een tijdje terug gestopt met het verkopen van brood. Ze kon het niet meer bolwerken. En erger nog: de bakker is gestopt met bakken. Die is in de zeventig en had genoeg van het extreem vroege opstaan. De bakkerswinkel is er nog, alleen verkopen ze er ongeveer hetzelfde als in de supermarkt. Je begrijpt nu wel dat ik met de handen in het haar zit.

Op een minuut of tien van mijn route, vooralsnog mentaal een grote afstand, bevindt zich een andere bakkerswinkel waar zelfgebakken brood over de toonbank gaat. Dat biedt enige hoop. Deze week was ik er. Dat ik er was, betekent in dit geval dat ik er voor de deur heb gestaan zonder mijn fiets op slot te zetten. Het was er druk, een volle winkel. Ik kan er niet meer tegen om met veel mensen in een kleine ruimte te staan, zeker niet met oude mannetjes. Onverrichter zake keerde ik terug en ging langs een supermarkt.

Het zal nog veel voeten in de aarde hebben. Er kunnen maanden voorbijgaan eer een nieuwe, bevredigende routine zich heeft uitgekristalliseerd. Tot die tijd is het, ik kan niet anders zeggen, behelpen en afzien.

Botsen

De mensen fietsen hier alsof ze bijna te laat zijn voor school of werk. Het eiland krijgt de grootsteedse gejaagdheid er niet uit. Daar is meer voor nodig dan één of twee weken vakantie. De eilanders zelf, in hun bestelbusjes, hebben ook haast, wellicht met reden, er moet in het hoogseizoen hard worden gewerkt. Ze weten precies wat kan tussen de gehuurde fietsen. De meeste fietsers zijn ook vaardig genoeg om elkaar en de busjes op hoge snelheid te passeren en zo nodig te ontwijken.

Ook oudere mensen gaan niet op hun gemak voort. Zij hebben zich voorzien van e-bikes en moeten net zo goed ergens op tijd zijn, een trein halen of het avondmaal niet missen. Zo lijkt het.

Ik fiets met een gezin. De andere drie hebben een hoger tempo dan ik. Zij passen bij de rest van de tijdelijke eilandbevolking. Ik ben degene die uit de toon valt met mijn traagheid. Vanuit de staart van het peloton roep ik herhaaldelijk dat het te snel gaat. Of ik haal de vaart eruit door even aan te zetten en dan vooraan te blijven fietsen.

Het is ook een kwestie van esthetiek. Ik kies ervoor kalm aan te doen, dat vind ik mooier. Het geeft me de gelegenheid om de omgeving in me op te nemen, en bovenal mijn ritme te vinden en contact te houden met de grond. Anders bots ik als het ware tegen mensen en dingen op.

Voorafgaand aan de tocht naar een gezamenlijke activiteit op het strand zegde ik toe me voor die ene keer aan te passen. Of ik ze bij zou houden, was niet de vraag, dat was geen probleem, ik ben fietskoerier geweest. Het bleek toch flink doortrappen. Op zeker moment hield ik mijn jongste, die voor mij fietste, niet meer bij, tenzij ik me tot zwetens toe in wilde spannen. Een matig windje kwam bovendien vanachter een duin en belemmerde het happen naar lucht. Lichte paniek. Ik kon mezelf snel herpakken. Er was intussen een afstandje ontstaan. Mijn zoon fietste eigenlijk ook rustig, zag ik toen, alleen met een hogere snelheid, op zijn eigen tempo.

Ladders

Het jaarlijks terugkerende schoonmaken van de dakgoten en het daarmee te combineren zemen van de ramen boven staan al enige tijd voor de deur. Op zich best overzichtelijke klusjes, alleen heb ik ineens de moed niet meer om een ladder op te gaan. ‘Dan moet je het ook niet doen,’ zegt een stem in mij. Een andere stem zet daar tegenover: ‘Stel je niet aan, beklim dat ding gewoon met angst en al, dan valt het vast mee.’ Het is niet eerlijk. Zij zijn met twee en ik moet in mijn eentje besluiten wat te doen.

We hebben zelf geen ladder, die leen ik van de buren. Dat had meer voeten in de aarde dan verwacht. Die van buurman 1 bleek niet hoog genoeg. Buurman 1 verwees me daarop naar buurman 2, die hij vorig jaar een ander exemplaar had geschonken. Samen met mijn oudste haalde ik ladder 2 op bij buurman 2 een straat verderop. Bij thuiskomst zag ik dat de voeten niet meer deugden, eentje was versleten, de ander helemaal weg. Het leek me niet veilig die te gebruiken en we brachten ladder 2 de volgende avond terug. Toen konden we meteen bij buurman 3 terecht voor ladder 3, die nu in de achtertuin ligt. Mij is verzekerd dat die, hoewel hij uit maar twee delen bestaat, tot aan de dakgoot reikt.

Na al deze voortvarende actie is het grote uitstellen begonnen. Ik word langzaam steeds zenuwachtiger bij de gedachte wat me te wachten staat. Ik dronk koffie bij mijn ouders. Zij raadden me onomwonden af het zelf te doen. Of ik het niet aan mijn zoon over kon laten, opperden ze. Ben ik al zo oud? Bij de plas zag ik vriend Piet. Kort daarvoor was hij met pikhouweel, stijgijzers en koorts door de Pyreneeën getrokken, verre van bang uitgevallen dus. Hij drukte me op het hart voorzichtig te doen: ‘Er zijn al veel ongelukken met die dingen gebeurd.’ Dat zou het duwtje geweest kunnen zijn.

Daar komt bij dat ik ook over de huidige ladder (nummer 3) niet tevreden ben. Het is sowieso een oud ding (sorry buurman 3) met een compleet rechte constructie. Er zit aan de onderkant geen verbreding die een eventuele zijwaartse beweging van de gebruiker op zou kunnen vangen. De ongunstige scenario’s nemen de overhand in mijn hoofd.

Enkele maanden geleden kwam er een louche type aan de deur die aanbood voor een vast bedrag de dakgoten te reinigen. Die wimpelde ik resoluut en met enige trots af: ‘Nee hoor, dat doe ik zelf.’ Evenzo ging het met de glazenwasser. Ik denk dat ik mijn houding tegenover de vaklui moet herzien.