Moeras

Het gaat nooit alleen maar slecht of alleen maar goed; de twee zijn onontwarbaar met elkaar verweven. Voorspoed wordt uit ellende geboren, en andersom. Ik ken de tip om in tijden van malheur aan het eind van de dag drie dingen te noteren die wel goed gingen, mijn zegeningen te tellen. Het zijn er veel, en toch.

Met slapen heb ik geen probleem, of het moet zijn dat ik het te veel doe. Ik lig ’s avonds niet laat in bed; rond half elf zal het gemiddeld zijn. Eerder dan tien voor half tien kom ik er niet uit.

De dag heeft me niet zo veel te bieden. Een glas verse jus. Soms lukt het om een uurtje te wandelen. Na de boodschappen is de ochtend voorbij en is het tijd voor lunch en rust. Ik lig een halfuur tot drie kwartier, en slaap ook. Aansluitend doe ik een afwasje: de ontbijtspullen, lunch en wat er nog stond van de vorige avond. Als het meezit schrijf ik iets.

Het is heel wat om ‘s avonds eten op tafel te krijgen. Het lukt, dat is het goede deel. Aan het keukenschort vastknopen gaat wel een hoop gesteun en gekreun vooraf.

Daarnaast zou ik meer aan het huishouden moeten doen, met name schoonmaken. Er is alle tijd voor. Het hoort er nu eenmaal bij. Maak er desnoods een spirituele oefening van. Of raffel het af. Maar doe het. En zeur niet. Iemand inhuren gaat me te ver; dan heb je daar bovendien weer gezeik van.

Het blijft een strijd.

Ik weet niet zo goed waar ik aan lijd. Ik ben niet depressief. Dat zou ik weten. Dit is anders. Naarmate ik minder doe – en de activiteit is momenteel tot een dieptepunt gezakt – kost het kleinste beetje al een berg energie, vooral om me ertoe te zetten. Laten we het houden op lamlendigheid. Ik wacht op iets van buitenaf, iemand die zegt wat ik moet doen. Wie heeft die autoriteit? Of een situatie die me tot handelen dwingt.

Ik voel me schuldig: er zijn mensen die wat graag willen en om wat voor reden dan ook niet kunnen. Of behoor ik tot die groep?

Het ligt uiteindelijk bij mij. Het beste dat ik kon bedenken was een nieuw leefschema. Dat staat op papier, nu alleen nog uitvoeren. Ik word moedeloos bij de gedachte. Ik geloof er niet in. Ik sta weer voor de taak mezelf uit het moeras te trekken. Hoe een verdomd makkelijk leven zich moeilijk kan voordoen.