Ik moest plassen, maar kon niet. Ik moest, omdat de voorstelling over enkele minuten zou beginnen. Die kon zomaar twee uur duren. Micha Wertheim ging optreden. Voor mij waren er belangrijker zaken.
De voorbereidingen waren thuis al begonnen. Ik probeerde iets minder water te drinken. Rond zes uur ging ik naar de wc, twee uur voor aanvang show, zodat ik tegen die tijd weer genoeg in mijn blaas zou hebben om te kunnen.
Dat viel tegen. Ik was niet de enige die nog even wilde. De vier wc’s met deur waren bezet, de zeven urinoirs ook. De wachtrij ging wel vlot. Ik posteerde me tussen twee plassenden, wat het al lastig genoeg maakte om te presteren. Riem los, broek open, een onderarm nonchalant tegen de muur, en wachten tot er wat kwam. Gewoon blijven staan tot er wat kwam. Niets. Ik begon te trillen en kreeg het warm. Even leek het er nog op, maar nee, dat vocht trok zich terug. Door de spanning was mijn piemel een friemeltje geworden, geen overtuigend gereedschap meer. Het wilde niet, ik gaf het op. Er zat niets anders op dan zonder show huiswaarts te gaan, want op deze manier zou ik na een kwartier heftige aandrang krijgen.
Broek dicht, riem vast, handen wassen.
Het water, klaterend in de wastafel, gaf wat hoop. Ik stelde me op bij een andere pisbak. Nog steeds niets, hoe lang ik daar ook leunde. Intussen hield ik de rode lampjes van de afgesloten wc’s in de gaten. Er ging er eentje uit. Broek dicht. Ik nam niet de moeite mijn riem vast te maken, zwaaide zo door de met mannen gevulde ruimte naar de beslotenheid van het toilet. Ook daar wilde het niet meteen, uiteindelijk wel. Het was de moeite.
De wc-ruimte was leeg toen ik nogmaals mijn handen waste. Ook in de foyer was bijna niemand meer. De exercitie had even geduurd. Mijn vriend en ik liepen de volle zaal in. Hij had de kaartjes geregeld. We bleken stoelen te hebben vlak bij het gangpad, een beetje achteraan. Dat was een goede plek geweest om even weg te glippen.