Het gaat goed, naar omstandigheden. We krijgen het dit jaar aardig voor de kiezen, Melanie en ik. Zij vooral, maar ik leef er net zo goed mee. In juni sleepte een boom haar mee in zijn val. Ze lag twee dagen in het ziekenhuis en is inmiddels maanden zoet met herstellen. Het gaat langzamer dan gehoopt.
Tijdens de eerste uren na de klap wees een scan uit dat ze een schedelbasisfractuur had. Daarnaast zagen de artsen nog iets in haar hoofd, iets dat nader onderzoek verlangde. Onlangs bleek uit een MRI dat het om een goedaardige brughoektumor gaat. Voor de duidelijkheid: het is hoogstwaarschijnlijk geen kanker en zaait ook niet uit. Dat is alvast een opluchting. Evengoed blijft het ernstig.
Het moet weg, of in ieder geval een stuk kleiner. Bij het ter perse gaan van dit blog is nog niet bekend of het bestralen wordt of opereren. Hopelijk komt daar snel duidelijkheid over, liefst met een datum.
In situaties als deze kan het met een relatie grofweg twee kanten op. Je drijft van elkaar weg of groeit naar elkaar toe. Ik zou dit waarschijnlijk niet schrijven als het eerste bij ons van toepassing was. Eigenlijk gaan we elkaar steeds beter begrijpen. Dat was drie jaar geleden al zo toen zij, ook zo wat, vrijwel vanuit het niets in een psychose belandde. Ze kon ineens veel beter invoelen hoe het voor mij moet zijn geweest. Er volgde weliswaar een moeilijke periode, ook toen van moeizaam herstel, maar we kwamen er doorheen.
Nu loopt ze opnieuw aan tegen beperkingen, kan minder dan ze zou willen en moet vaak plannen naar beneden bijstellen. Laat dat nou net mijn expertise zijn. Ze neemt mijn adviezen in de regel dankbaar aan, dat scheelt. Het schuurt niet of nauwelijks. Het klinkt wat zoet, maar we vinden samen een weg.
We hebben de tumor een naam gegeven. Dat praat wat makkelijker. Als het allemaal goed gaat hoeven we het over een paar maanden niet meer over haar te hebben. Of misschien vooral om terug te blikken op een lastige, maar goede, periode van ons leven.