Kalender

De maandkalender van 2015 hangt boven mijn bureau, net als elf jaar geleden. Ik vond een aantekening terug van de dag dat ik hem kocht. Dat was al een eindje in januari van dat jaar; hij moet afgeprijsd zijn geweest. Nu hij twee keer is te gebruiken, is de kalender nog voordeliger. Bovenop de kast ligt een stapeltje andere kalenders. Alleen de schrikkeljaren zullen niet zo snel weer aan de beurt zijn. De maanstanden kloppen ook niet meer. Het gaat me erom visueel te hebben waar we zijn in de maand.

De platen op de bovenste helft hebben een thema: fietsen, weerfenomenen, vogels. Op deze prijken gerestaureerde (of heel goed geconserveerde) Volkswagen-busjes. Bij januari staat een blauwe uit 1967 afgebeeld. Het is gefotografeerd in wat je voorstelt bij de Californische zon, uitbundig. De auto glimt mogelijk meer dan toen hij uit de fabriek rolde. Hoewel niet beschilderd of bestickerd, dringt zich de associatie op met flowerpower. Bij de andere maanden zijn net zulke stralende exemplaren afgebeeld, in datzelfde zonlicht. Ze detoneren heftig met het grijs buiten, en in mijn lijf en brein.

De stilte in de kamer mag er zijn. Er komt zacht muziek uit de speaker rechts voor me, zweverige klanken van Einaudi, geen tekst. Ik probeer vrede te hebben met hoe ik nu ben, wil niet klagen. De ene fase gaat naadloos over in de volgende; van dreigen door te schieten in een manie, naar een periode vol spanning, angst en paniek, tot de huidige intense luiheid en neiging naar somberte. Het is hoopvol dat er verandering in blijft.

Ik slaap veel deze dagen, zowel ’s nachts als tussen de middag. Vermoedelijk overschrijd ik opgeteld de tien uur per etmaal. Mijn gebrek aan ambitie komt eens te meer tot uiting. De behoefte aan beschikbare uren voor iets anders is klein. Het heeft ook wel iets lekkers. Je kunt het zien als een soort winterslaap: uitrusten van het gedoe van het afgelopen jaar en voorbereiden op wat komen gaat.

Een vlugge blik op de kalender leert dat over anderhalve week de schrijfcursus begint, waar ik me voor heb ingeschreven. Dan moet ik er staan, of zitten eigenlijk, of zijn, het is online. De opzet is om meer ruimte te geven aan fantasie. Dat kan ik goed gebruiken, eindelijk een beetje weg van wat er hier en nu speelt. Ik kan er nog geen voorstelling van maken wat het teweeg gaat brengen. Misschien verzin ik straks iets dat speelde in 2015, of in 1967. Ik zal waarschijnlijk een anker in de realiteit willen hebben. Het kan nooit helemaal uit het niets komen.

Je bent wel alvast gewaarschuwd: over een paar weken kan je niet meer alles geloven wat je hier leest. Of kon dat toch al niet?

Klooster

De zomervakantie staat op het punt van losbarsten, voor zover daar veel verschil in is met de afgelopen tijd. Nog anderhalve maand en de kinderen kunnen naar verwachting weer normaal naar school. Melanie werkt dan nog wel de helft van de week thuis. Allicht zal het een verbetering zijn. Net als ik ieder ander zijn of haar eenzaamheid gun, gun ik mezelf de mijne.

Terwijl het doorgaans een negatieve connotatie heeft, beschouw ik eenzaamheid voor mezelf als iets waardevols. Dat zal te maken hebben met mijn positie, waarbij het gebrek aan tijd alleen groter is dan de behoefte aan gezelschap.

Het woord is makkelijk uit elkaar te trekken. Vind ik soms leuk om te doen. Dan is ‘-heid’ eenvoudig iets wat is, afhankelijk van wat eraan voorafgaat: verlegen, vroom, kwaad. In het geval van eenzaam houden we iets over dat in twee delen gesplitst kan worden. Te beginnen met ‘een’. Dit zou kunnen wijzen op iemand alleen, een persoon op zichzelf, een individu. Daarna komt ‘zaam’, makkelijk omgevormd tot samen. Het individu is samen, met zichzelf. Niet met iemand anders, want dan vervalt de betekenis van het geheel. Misschien is hij of zij samen met iets, samen met de dingen in en om zich heen. Samen met diepte, waar je anders niet aan toekomt.

Ik hou van ze, hoor, vind het heerlijk om bij ze te zijn en wil ver blijven van geklaag. Tegelijk koester ik mijn tijd alleen. Het klooster in mij laat zijn klokken horen. Zes weekjes nog.

foto: Fred van Daalen / Willibrordus Abdij, Doetinchem