Sardonisch

Het grootste deel van een mooie dag zat ik binnen. Tegen de avond pas trok ik mijn schoenen aan. Ik zette me over de drempel van onwil om anderen tegen te komen heen en zou een uurtje door het Noorderpark wandelen.

Dat polderpark kent veel lange, rechte asfaltpaden, bestemd voor wandelaars, hardlopers, fietsers, skaters en wat je nog meer kunt verzinnen. Het was er rustig. Op het eerste lange pad kwam ik één vrouw tegen. Van ver zag ik haar aankomen. Ze liep aan de rechterkant, van mij af gezien dus links. Ik gebruikte als gewoonlijk, vanwege de inmiddels bekende redenen, de linkerkant van het pad. Soms wacht ik iets langer om te zien wat er gebeurt, nu wisselde ik ruim op tijd van kant. Ik meen dat ik haar groette. Niets aan de hand.

Op het volgende rechte en brede pad waar vrijwel niemand te bekennen was, liep ik alweer links. In de verte kwam een fietser aan. Nogmaals: het pad was breed en er was verder niemand te bekennen. Terwijl de man naderde, bleef hij strak aan de rand fietsen. Het begon op te vallen. Ik zag inmiddels dat hij van mijn leeftijd was, een beige jas droeg en een licht getint gezicht had, maar zo op het oog geen migrantenzoon was. Hij kwam recht op me af. Op het allerlaatste moment week hij iets uit en moest ik een stap in de berm doen. Onze gezichten waren korte tijd vlak bij elkaar. In het passeren zei hij dat we in Nederland waren en dat we daar rechts reden, zoiets.

Ik was een moment perplex. Daarna, zonder dat ik het had bedacht, begon ik te lachen. Het was hard, sardonisch, gemeen, beetje zoals Joker uit de gelijknamige film, niet zoals ik mezelf ken, zoals niemand mij kent. Bijna ging de lach over in hoesten, maar hij hield nog even aan, zodat ik me om kon draaien om de salvo’s goed aan te laten komen. De man bleef voor zich uit kijken. Ik kon helemaal aanvoelen hoe hij boven zijn stuur ineen moest krimpen. Ik had ook een beetje met hem te doen.

Opgetogen vervolgde ik mijn weg, totaal tevreden over de loop van deze gebeurtenis. Ik kon niet meteen iets herinneren dat zo bevrijdend was geweest. Natuurlijk was het lachen ook om al die keren dat ik zelf, vrijwel altijd vanbinnen, aan regelneukerij had gedaan.

Mocht ik hem nog eens tegenkomen, dan zal ik de man hartelijk danken voor zijn absurde gedrag.