Donderdag

 

Het is donderdag en ik heb nog niks. Ondanks dat de kinderen vakantie vieren, heb ik voldoende tijd gehad. Maar ik schrijf langzaam. De materie moet eerst in de marinade, ook als het over ogenschijnlijk simpele onderwerpen gaat.

Het is een ambachtelijke aanpak die het voor mij doet. Ik begin op papier. Daarna komt er een eerste versie digitaal. Die moet minimaal een keer in zijn geheel overgetypt. Als dat gedaan is, volgt het mierenneuken; de precieze plek van alle woorden, komma’s, het nagaan van termen die voor meerdere interpretaties vatbaar zijn, nog een keer ergens de volgorde veranderen, toch een ander woord daar.

Als het goed genoeg is, en ik er nog opwinding aan beleef, lees ik het voor aan Melanie. Die geeft haar fiat of keurt het af. We hebben het erover. Dat heet volgens mij eindredactie.

Ik ben heel tevreden over deze werkwijze. Het behoedt me voor overhaast publiceren en soms ook voor het plaatsen van ongepaste teksten. Ja, lezer, die mis je dus.

Mijn positie was de afgelopen maanden riant. Bij het plaatsen van een blog lag er altijd eentje klaar voor de volgende week. Dat was afgelopen vrijdag niet zo. Geen idee waardoor de vertraging was ontstaan, maar geen probleem, er was nog tijd.

Dezelfde dag kwam er een schets uit mijn handen voor een column, een column-column met een mening, over de hysterie rond de dood en verdwijning van Anne Faber. Ik moest die uitwerken voor ik verder kon met iets anders. Best goed geschreven, al zeg ik het zelf. Hij zou niet misstaan in een krant. Tussen deze blogs wel. Bij plaatsing zouden we bovendien een week verder zijn en hoefde de kwestie niet opnieuw opgerakeld. Daar ageerde de tekst juist tegen. Mijn redacteur was het ermee eens.

Bij een nieuwe poging op maandagochtend ontstond er geen blog maar een dialoog. Twee mannen spreken elkaar op een niet nader genoemde plek. De eerste vraagt hoeveel contact de ander nog heeft met diens ex. Daarna ontspint zich een gesprekje waarin de tweede man ingepeperd krijgt dat hij nog steeds onder de knoet zit. Aan het einde blijkt… om het kort te houden: het is best grappig, al zeg ik het zelf, maar niet geschikt voor hier. Ik kon niet anders dan meegaan in dat oordeel van de eenkoppige commissie.

De derde tekst van de week vond ze wel geschikt, net aan. Dat verhaal gaat over een winterzwemster waarvan de vraag is of ze winterzwemster is. Die dompelt alleen maar. De mannen, waaronder ik, doen daar minachtend over, wellicht ten onrechte. Dit kwam dus met de hakken over de sloot in aanmerking. Ik vond het bij nader inzien zelf niet goed genoeg. De opwinding ontbrak.

Genoeg gewerkt, nog steeds lege handen. Ik word zenuwachtig. Ik heb zelf gezegd wekelijks iets te plaatsen. Daar moet ik me aan houden, vind ik. Getuige bovenstaande inspanningen heb ik geen vakantie gehad. Zonde om deze plek op de site dan leeg te laten. Er moet iets gebeuren. En snel.