Veters

 

Afgelopen zaterdag vierden we de verjaardag van Kees. Met een groepje winterzwemvrienden schoven we aan voor een diner. Kees had zijn grijze manen gekamd, droeg een bril en was keurig in pak. Zo zien we hem zelden. Zo vol vreugde ook niet vaak. Omringd door vrienden en familie, van jong tot oud, was hij duidelijk in een goed humeur. Op aanwijzen van een kleindochter (naar ik vermoed) dartelde hij door het restaurant om met verschillende gasten op de foto te gaan.

Bij de Plas heeft hij zijn vaste stek. Hij spreidt zijn zeiltje en handdoek uit in het hoekje bij de boomstammen. Samen met Willem heeft hij in de loop der jaren een imposante muur gebouwd van takken en stammetjes. Er komt geen zuchtje wind doorheen, vooropgesteld dat die uit de juiste richting waait. Als de zon zich laat zien, is het in die hoek al snel goed toeven. Het is de A-locatie van het veld.

Kees is een van de meest doorgewinterde zwemmers. Onlangs nog, met een watertemperatuur onder vier graden, bleef hij er acht volle minuten in. Een ander zou daar wel enige ruchtbaarheid aan geven en zichzelf op de borst kloppen. Hij zei slechts: `Goh, wat zijn mijn handen koud.’ Verder geen centje pijn. Alleen veters strikken ging niet zo makkelijk meer. Opvallend is wel dat hij daarbij bleef staan, zoals altijd. Ieder ander van zijn leeftijd zou er een stoel bij pakken, als het überhaupt al lukt. Hij bukt met gemak en legt zo een paar knopen.

Sinds twintig jaar doet hij aan winterzwemmen. Praktisch elke werkdag stapt hij aan het begin van de middag op de fiets. In het weekend is hij er niet, dat is zo gegroeid. Degelijk, dat is Kees, ontzettend degelijk en onverwoestbaar. Het moet gezegd dat hij niet altijd het water ingaat. Regen trotseert hij vaak nog met een kleine poncho over zijn schouders, maar dan uit- en aankleden vindt hij niks. Daarnaast heeft hij een broertje dood aan wind, vooral als die veel golfslag veroorzaakt. In dat geval is hij er snel weer uit.

Kees leeft alleen sinds zijn vrouw een jaar of zeven geleden overleed. Hij woont hier vlakbij. We zien elkaar voornamelijk bij de Plas, een enkele keer in de supermarkt. De gesprekken blijven kort. Het is vaak moeilijk me verstaanbaar te maken. En hij wil niet aan een gehoorapparaat. Misschien is het trots die hem weerhoudt. Het zou ook een manier kunnen zijn om zich geleidelijk af te zonderen van het rumoer.

In de krant had een artikel gestaan over een man met MS die sinds een paar jaar bij de Munt in het kanaal zwemt. Leuk natuurlijk, maar weinig opzienbarend voor de mannen die al twee decennia de winters trotseren. Willem opperde dat ze ook wel een stukje over Kees konden plaatsen. Daar wilde hij niets van weten, van dat gedoe.

We lichten de redactie dus maar niet in. Bovendien is de winter goeddeels voorbij. Er komt weer een lente aan, de eenennegentigste voor Kees.