Over

Ik zou het stil moeten houden tot het zover is. Daar ben ik niet goed in.

Het treffendste voorbeeld van mijn behoefte om voortijdig dingen te delen, dateert van vijftien jaar geleden. Ik had voor een zaterdagavond een tafel voor twee gereserveerd in een restaurant net buiten de stad. Het idee was om Melanie daar ten huwelijk te vragen. Ons eerste kind was op komst en nog los van de liefde leek het wel handig getrouwd te zijn. Ik kon niet wachten. Op de woensdag voorafgaand floepte het aanzoek er al uit. Ze zei evengoed ja, ondanks dat de feestelijkheid van een diner buiten de deur ontbrak.

Nu betreft het mijn plan om deze zomer de plas weer over te zwemmen. Dat zou ik veel beter kunnen uitvoeren zonder er ruchtbaarheid aan te geven. Daar heb ik grote moeite mee. Het is al aan het mislukken.

Mijn laatste oversteek was in 2004, vijftien jaar geleden alweer, inderdaad sinds ik getrouwd ben en sinds ons eerste kind zich voorbereidde om tevoorschijn te komen. Toen overviel me in het water voor het eerst van mijn leven paniek. Mijn armen en benen verlamden, ik kwam nog heel langzaam vooruit. Mijn adem zat hoog en was snel. En bovenal was ik overtuigd het niet te redden tot de oever, kopje onder te gaan en het leven te laten. Wat moesten degenen beginnen die achter zouden blijven? De nieuwe verantwoordelijkheid drukte op me.

In de tien jaar daarvoor zwom ik juist veelvuldig de plas over, ’s zomers soms meerdere keren per dag. Wat afstand betreft, kan ik het nog makkelijk aan. Hetzelfde aantal meters of meer zwem ik langs het riet. Daar ben ik ook niet gevrijwaard van zenuwen, maar kan ik ze gedoseerd toelaten door vanaf het voorjaar steeds iets verder te gaan.

Paniekaanvallen, of dreigende paniekaanvallen, zijn zacht gezegd onprettig. Ik probeer ze te voorkomen. De versnelde adem bijvoorbeeld, die gepaard gaat met de borstcrawl, kan een trigger zijn. Ik zwem daarom schoolslag, als het moet met mijn hoofd boven water. Ik ben al een tijd vooral bang voor angst.

Ik wil daar wat aan doen, maar er geen strijd van maken. Dat laatste blijkt niet te vermijden. Vorig jaar zomer ben ik begonnen vanaf de hoek van de plas langs de korte kant te zwemmen. Het is de afstand naar de overkant. Dat heb ik tegen het najaar gehaald. Nu ben ik opnieuw begonnen en zit ik bijna op de helft. Het lukt binnenkort naar verwachting weer helemaal. Er zijn daarna nog een paar oefeningen en tussenstadia te doorlopen voordat ik de oversteek waag.

Het zou mooi zijn met dit lustrum een tijdperk af te sluiten en weer gewoon over te zwemmen. Het gaat daarbij niet om de prestatie, eerder om de vrijheid en het volledig vertrouwd zijn met het water. Het is iets om alleen en in stilte te volbrengen. Dat in stilte kan ik niet, ik zeg: ik zwem deze zomer weer over.

Maar pin me er niet op vast.