Pet

In de diepte van mijn laatste psychose bereikte me een nummer van Nat King Cole: Smile. Anders dan de titel doet vermoeden is het een intens droevig klinkend lied. Het is zoet en rauw tegelijk. De eerste regels gaan zo: Smile, though your heart is aching/ Smile, even though it’s breaking. Met wel meer dat pijn deed en brak, raakte dit een snaar.

Mooi eraan vind ik onder meer dat er geen structuur in zit van couplet en refrein, het meandert wat. En bevat dit: Light up your face with gladness/ Hide every trace of sadness. Zie hoe het drie keer rijmt. Als ik in hem of haar geloofde, zou ik dit als rechtstreeks werk van god beschouwen.

Het lied herinnert me keer op keer aan een zelf bedachte opdracht. In de hoop het een beetje heel te houden sluit ik het gebod in mijn hart. Ik oefen ermee, niet zoals je wellicht verwacht voor de spiegel, maar vooral wandelend en op de fiets. Zo’n beetje voor mezelf, onder de klep van mijn pet. De benodigde spieren blijken in onbruik te zijn geraakt. Ik moet moeite doen om die mondhoeken wat op te trekken.

Nazoeken leert dat de melodie filmmuziek is uit 1936 van ene Charles Chaplin, achttien jaar later van tekst voorzien door John Turner en Geoffrey Parsons. King Cole voerde het geheel als eerste uit. Er volgden daarna nog velen. Het lied is veel bekender dan ik dacht. Hoeveel mensen met mij oefenen op deze wijs hun glimlach?

Zonnebril

Sinds lange tijd keek er weer eens een meisje om. Het was eigenlijk een jonge vrouw. Het hoort intussen bij mijn leeftijd dat jonge vrouwen voor mij meisjes zijn. Ze droeg een niets doorlatende zonnebril. Strikt genomen was er dus geen blik waarneembaar, alleen het begin van een glimlach rond haar mond.

Waar had ik dat aan te danken? Stond mijn eigen gezicht eens niet op onweer? Zou goed kunnen. Het gebeurt de laatste tijd wel vaker dat het ontspant, dat mijn mondhoeken vanzelf en zonder aanleiding omhoog krullen. Het is niet iets van één dag, gaat al weken zo. Ik voel me beter dan ooit, moet althans ver terug voor een vergelijkbare stemming. Het is ongezond er lang bij stil te staan, maar het is (nog) zo ongewoon om iedere ochtend uit te kijken naar de komende dag. Ik moet geregeld in mijn arm knijpen om na te gaan of dit niet slechts een uiting van mijn bipolaire stoornis is.

Net als bij negatieve emoties zoek ik verklaringen. Wat overkomt me, wat doe en laat ik dat dit gebeurt? Ik kan daar lang over nadenken, uiteindelijk is het iets mysterieus en ongrijpbaars. Aan voorspoed kleeft nog wel die schaduw van het onherroepelijke einde ervan, onbekend hoe en wanneer. Het kan zo weer weg zijn.

Dit is saai om over te lezen, dunkt me. Het heeft niet de jeu die ellende omgeeft. Sorry. Ik ben momenteel gewoon een blije eikel. En als er dan ook nog eens een meisje omkijkt…

luistersuggestie: Dansmuziek – Doe Maar (YouTube)