Asfalt

We waren aan een mountainbikeroute begonnen die werd aangeduid als ‘best pittig’ en volgens een recensie voor lekke banden zou kunnen zorgen. Dan maakte het niet meer uit hoe mooi het weer was en dat we alle tijd hadden, dan verschenen voor mij de beren. De klassieke rol van de vader die het voortouw neemt, heeft me nooit gepast. Melanie neemt dat maar op zich, als de moeder dan, die het voortouw neemt.

Ik voelde zeker druk me groot te houden, door te zetten en me niet te laten kennen, maar niet voldoende om die drie dingen daadwerkelijk te doen. Na de eerste klim zei ik er genoeg van te hebben. Er moest per slot van rekening iemand in de groep zijn die begon met klagen. Het vooruitzicht lang in het dorpje te moeten wachten tot de anderen terugkwamen, weerhield me ervan meteen om te keren.

Intussen had ik wel de kaart op zak, waarop na ongeveer de helft van de route een korte weg terug te zien was, waarschijnlijk over licht glooiend asfalt. Die nam ik, kocht bij een kiosk een flesje fris en trapte nog een vlak stuk in de richting waar de anderen vandaan zouden komen. Voldaan na de tocht fietsten ze me tegemoet. Ik had niet het idee dat het ze erg deerde dat ik eerder was afgehaakt. Melanie een beetje, hoorde ik later. Bij die jongens van 14 en 15 kun je het nooit zeker weten. Ik heb ze maar op een ijsje getrakteerd.

Klooster

De zomervakantie staat op het punt van losbarsten, voor zover daar veel verschil in is met de afgelopen tijd. Nog anderhalve maand en de kinderen kunnen naar verwachting weer normaal naar school. Melanie werkt dan nog wel de helft van de week thuis. Allicht zal het een verbetering zijn. Net als ik ieder ander zijn of haar eenzaamheid gun, gun ik mezelf de mijne.

Terwijl het doorgaans een negatieve connotatie heeft, beschouw ik eenzaamheid voor mezelf als iets waardevols. Dat zal te maken hebben met mijn positie, waarbij het gebrek aan tijd alleen groter is dan de behoefte aan gezelschap.

Het woord is makkelijk uit elkaar te trekken. Vind ik soms leuk om te doen. Dan is ‘-heid’ eenvoudig iets wat is, afhankelijk van wat eraan voorafgaat: verlegen, vroom, kwaad. In het geval van eenzaam houden we iets over dat in twee delen gesplitst kan worden. Te beginnen met ‘een’. Dit zou kunnen wijzen op iemand alleen, een persoon op zichzelf, een individu. Daarna komt ‘zaam’, makkelijk omgevormd tot samen. Het individu is samen, met zichzelf. Niet met iemand anders, want dan vervalt de betekenis van het geheel. Misschien is hij of zij samen met iets, samen met de dingen in en om zich heen. Samen met diepte, waar je anders niet aan toekomt.

Ik hou van ze, hoor, vind het heerlijk om bij ze te zijn en wil ver blijven van geklaag. Tegelijk koester ik mijn tijd alleen. Het klooster in mij laat zijn klokken horen. Zes weekjes nog.

foto: Fred van Daalen / Willibrordus Abdij, Doetinchem

Miezer

Het was een druilerige dag. De wens een bepaald boek te bezitten dreef me naar de binnenstad. Ik had het ook online kunnen bestellen, daar was het zelfs drie euro goedkoper, maar ik wilde het diezelfde middag open kunnen slaan. Bovendien moest de fysieke boekhandel blijven bestaan, al was het maar om soms een boek meteen in handen te kunnen hebben. Dus ik door de miezer op de fiets.

Mijn interesse in jazz was minder dan een week daarvoor wakker geschud door La La Land, behalve een liefdesverhaal ook een ode aan de muziek. Met mijn jongste had ik de film in twee sessies gekeken. Daarna nam ik een documentaire tot me over het leven van Miles Davis. Zie daar maar eens onbewogen bij te blijven. In een oogwenk was er honger naar meer achtergrond en het volgende moment had ik The History of Jazz van Ted Gioia op het oog.

In de winkel sloeg de twijfel toe. Op de plank stond ook How to Listen to Jazz. Zelfde prijs. Zou ik eerst moeten leren ernaar te luisteren of eerst over hoe het was ontstaan? Ik baalde, want was juist zo zelfverzekerd op mijn doel afgegaan. Ik wist nu niet wat te kiezen, wilde in ieder geval met iets naar huis. Hoe lang kon ik op die afdeling dralen zonder voor terrorist te worden aangezien? Onder die druk koos ik de geschiedenis, waarschijnlijk ook vanwege de lange lijst luistersuggesties achterin. Had ik wat te doen, als het zulk weer bleef.

Geluid

Sorry, ik ben laat. Gistermiddag kon ik niet schrijven. Rond lunchtijd werd een Bluesound Powernode 2i bezorgd, streamer en versterker. Mannendingetje, zou je zeggen, regelrechte rukkerij, maar toen het apparaat er eenmaal stond, moest Melanie haar scepsis, met name ingegeven door de kosten die ermee gemoeid waren, laten varen en kon ze niet anders dan het geluid waarderen.

Mijn plan was geweest om de doos nog een nacht dicht te laten en het genot op te bouwen. Zo zou ik ook gelegenheid hebben gehad je op tijd van een blog te voorzien. Mislukt. Ik moest mijn nieuwe liefde meteen uitpakken om te weten hoe ze voelde. Vervolgens zien hoe ze op haar plek zou staan. De stappen daarna konden niet uitblijven: luidsprekers eraan, stroom erop. Spanning ten top. Van de eerste luistersensatie maakte mijn hart een sprong. Er zat diepte in, en scherpte. Het sprankelde. Ik was er verbaasd over wat die twintig jaar oude beestjes links en rechts nog voort konden brengen. Dit was volwassenheid. Dit was de sprong voorwaarts waar ik op had gehoopt. Na een tijd zoeken en overwegen stond dit er maar mooi. Lekker! Ik geef toe, het blijft een mannending.

Pas bij het aansluiten van de tv kwamen de problemen. Ze kostten me de rest van de middag. Er kwam een mail naar de winkel bij kijken. Weer zenuwen, want als dit niet zou lukken, hadden we een voor de helft waardeloos apparaat in huis. Het lukte. Alleen had ik nog geen stukje. Nu dan.

Jong

Ik loop drie jongens voorbij, waaronder dat dikkerdje uit jeugdserie Spangas. Tijdens het passeren lacht hij naar me. Ik grijp hem vast en dol wat met hem. Het volgende moment wandel ik op een pad langs de snelweg. Bij een brug over het water zie ik een ander groepje jongeren. Het is inmiddels donker. Op mijn vraag of ze staan te wachten antwoorden ze bevestigend. De brug gaat open. De boot die erdoor vaart is niet zichtbaar vanaf onze positie. Even later wel. Het is een zeilboot zonder mast met twee jongens erin. De brug had niet open gehoeven. Het is een eerbetoon van de brugwachter. Het bootje draait het kanaal op en schampt aan de overkant de kade. Vervolgens sta ik in een overdekt winkelcentrum voor een gesloten supermarkt. De transparante rolluiken zijn bewerkt met graffiti. Tussen de verf door zijn medewerkers te zien, druk in de weer. Men vraagt mij naar boven te gaan. Er staan proefjes opgesteld: bekerglazen met rode vloeistof. De anderen zijn ermee bezig. De bedoeling is me niet duidelijk. Een student komt naar me toe en probeert vergeefs uit te leggen hoe het in z’n werk gaat. Ik opper hardop dat het veel te ingewikkeld is. De student sist en maant me tot stilte, opdat de professor het niet hoort. De wekker gaat. Ik strompel de trap af, klap de laptop open en begin te typen. Onder meer bovenstaande. Bij het teruglezen komt de vraag op of dit het eigenlijke leven is of dat.

Exploratie

Apotheose én anticlimax van de zoektocht speelden zich af in een hifiwinkel van vlees en bloed. Na reviews online te hebben doorgeworsteld was het tijd te gaan luisteren. Er gebeurde wat. Ik werd verliefd op een combinatie die me helemaal goed leek. De verkoper had me daar een handje bij geholpen. Hij kon echter niet direct iets aan me kwijt. Wijselijk had ik het saldo op mijn betaalrekening zo omlaag gebracht dat het niet toereikend was voor iets dat in de buurt kwam van wat ik wilde hebben.

In de speciale luisterruimte hadden de door mij gekozen nummers uitstekend geklonken. Wat zou het mooi zijn om die kwaliteit in huis te hebben. Ik droomde van het opnieuw beluisteren van mijn favorieten, die sinds kort ook nog beschikbaar zijn via een familieabonnement Spotify. Ieder gezinslid heeft een eigen account en toegang tot eindeloos veel. Ik ben ermee in mijn nopjes, heb grootse plannen om verschillende muziekstijlen te exploreren.

Een puike installatie in de huiskamer zou helpen alles extra te waarderen. Mag wat kosten. Maar, bedacht ik in een helder moment, die huiskamer wordt ook bewoond door anderen. Zo veel gelegenheid heb ik niet om me uit te leven. Ik zou mijn muzikale omzwervingen met hen kunnen delen, ware het niet dat ik me dan minder vrij voel en zij daar niet op zitten te wachten. Voor de momenten dat het kan volstaat wat er staat. Ik hou die smak geld op zak en gebruik een klein deel ervan voor een koptelefoon.

Streamen

‘Draaien mensen die nog?’, merkte een vriendin laatst op over cd’s. Het dringt langzaam door dat een nieuw tijdperk al een poosje gaande is. Dat komt op het moment dat ik net twee nieuwe cd-kasten heb aangeschaft, met daarbij het plan de collectie netjes te rangschikken. De schijfjes van Melanie en van mij komen door elkaar te staan. Het gaat om ongeveer 250 stuks. Belangrijker dan het aantal is dat ze in de loop van dertig jaar zijn verzameld. Er zit geschiedenis in.

Na de aanschaf van mijn eerste cd-speler had ik nog net geld voor één cd, een aanbieding. Later is er druppelsgewijs wat bij gekomen. Er zitten minder gelukkige aankopen tussen, maar zeker ook favorieten van alle tijden. Deze laatste weken kocht ik vanwege de crisis en de hang naar het vertrouwde wat albums die ik ooit op vinyl had, en een paar die met het verdwijnen van de cassettebandjes verloren zijn gegaan. Ik tel de kosten maar niet op.

Bij de hernieuwde muziekinteresse komt de behoefte aan beter geluid. Daar hangt ook een aardig prijskaartje aan. Melanie is bereid mee te betalen. Dan moet er wel de mogelijkheid zijn om te streamen. Mee eens. Een cd-speler wordt overbodig. Scheelt een paar honderd euro. Belangrijk, want ik heb dus net geld gespendeerd aan die kasten, waarin de hoesjes straks keurig in het gelid staan. We zullen er soms nog met de ogen langsgaan, ze voorzichtig beroeren en vervolgens een gewenste titel online zoeken. Ik heb er buikpijn van.

Rem

Het is niet eerder gebeurd dat ik verwees naar een blog van de voorgaande week. Ik wil er deze keer een kanttekening bij plaatsen, zonder de waarde ervan teniet te doen. Het ging erover dat ik zo blij was, al langer achtereen. Ik voelde me beter dan ooit.

Na publicatie sloegen de zenuwen toe over de vraag of ‘zo goed’ misschien overging in ‘te goed’. Daar moet ik op blijven letten. Dat is de mentale omstandigheid waar ik mee te leven heb. Het leidt soms tot de wanhopige gedachte dat dit nou nooit eens ophoudt. Het houdt inderdaad nooit op.

Het blijft lastig ermee om te gaan, vooral omdat een mogelijke ontsporing zich altijd weer in een andere gedaante voordoet. Het depressieve gedeelte is niet het grootste gevaar, het gaat vooral om het doorschieten naar boven. Dat is lang niet meer gebeurd, inmiddels meer dan tien jaar, maar de dreiging blijft.

Ik nam mijn zenuwen serieus en wenste dat het geluk iets minder zou worden. Paradoxaal genoeg ben ik blij dat dat is gebeurd. Als ik nog hoger was gegaan, zouden mijn voeten van de grond zijn losgeraakt. Het was tijd die high de kop in te drukken.

Het is de verworvenheid van lang leven met bipolariteit dat ik ruim op tijd ben met bijsturen. Het is deze week weer iets meer zoeken naar licht in het weerbarstige van de dag. Hoewel zo’n piek, of tijdelijke hoogvlakte, af en toe zeker welkom is, zou ik niet anders willen dan dit.

Zonnebril

Sinds lange tijd keek er weer eens een meisje om. Het was eigenlijk een jonge vrouw. Het hoort intussen bij mijn leeftijd dat jonge vrouwen voor mij meisjes zijn. Ze droeg een niets doorlatende zonnebril. Strikt genomen was er dus geen blik waarneembaar, alleen het begin van een glimlach rond haar mond.

Waar had ik dat aan te danken? Stond mijn eigen gezicht eens niet op onweer? Zou goed kunnen. Het gebeurt de laatste tijd wel vaker dat het ontspant, dat mijn mondhoeken vanzelf en zonder aanleiding omhoog krullen. Het is niet iets van één dag, gaat al weken zo. Ik voel me beter dan ooit, moet althans ver terug voor een vergelijkbare stemming. Het is ongezond er lang bij stil te staan, maar het is (nog) zo ongewoon om iedere ochtend uit te kijken naar de komende dag. Ik moet geregeld in mijn arm knijpen om na te gaan of dit niet slechts een uiting van mijn bipolaire stoornis is.

Net als bij negatieve emoties zoek ik verklaringen. Wat overkomt me, wat doe en laat ik dat dit gebeurt? Ik kan daar lang over nadenken, uiteindelijk is het iets mysterieus en ongrijpbaars. Aan voorspoed kleeft nog wel die schaduw van het onherroepelijke einde ervan, onbekend hoe en wanneer. Het kan zo weer weg zijn.

Dit is saai om over te lezen, dunkt me. Het heeft niet de jeu die ellende omgeeft. Sorry. Ik ben momenteel gewoon een blije eikel. En als er dan ook nog eens een meisje omkijkt…

luistersuggestie: Dansmuziek – Doe Maar (YouTube)

Hier

In deze crisis, waarschijnlijk in elke, is het voor ieder de opgaaf om het onderhavige te blijven ervaren, wat er voor je neus gebeurt, en je niet mee te laten voeren met het verhaal van de wereld, met alle verhalen die de krant, het internet en de televisie voorschotelen: de alarmerende voorpaginaberichten, het gekwetter op Twitter, het gekakel in talkshows. Uit de flarden die ik van de laatste twee soms meekrijg maak ik op dat ik veel beter af ben zonder.

Een volgende stap zou kunnen zijn om mijn eigen verhalen los te laten. Bijna niet te doen, maar het proberen waard. Ik bén niet mijn persoonlijke geschiedenis, ondanks dat dat verhaal zich steeds opdringt, net als die uit de media. Het lukt misschien soms om het even te vergeten. Dat is al heel wat. En dan zijn er nog de verhalen van mijn week, de dag, het uur, het jaar of welke tijdspanne je kunt bedenken, verleden en toekomst. Tot klein ongenoegen ben ik daar altijd mee bezig. Bijna altijd. Zo ervaar ik het althans.

Ik probeer meer en meer zo te leven dat ik opensta voor die momenten dat er geen invulling is. Paradoxaal genoeg helpt de crisis daarbij. Bij het begin was ik erg van slag: gespannen, onzeker en angstig. Tegelijkertijd kon ik intens genieten. Die intensiteit is afgezwakt, maar nog steeds aanwezig. De rust is weergekeerd, dieper dan voorheen. Deze crisis schept helderheid. Af en toe vallen alle verhalen weg en is er alleen maar dit.

Verschijnsel

Ondanks dat ik vorig jaar opnieuw naar de overkant en terug zwom, kan ik toch weer zenuwachtig zijn als ik verder van het veld ga, ook langs de oever en ook met de zwemboei bij me. Ik heb geen zin om actief mijn grens te verleggen en de afstand uit te breiden. Het bevalt me goed om als het ware baantjes langs het riet te trekken, heen en terug naar punten tot waar het comfortabel is. Aan het begin van een zwemsessie is dat wat verder en naarmate mijn lijf kouder wordt steeds iets dichterbij.

Zo deed ik in de buurt van het veld mijn schoolslag. Op een moment dat mijn hoofd boven water kwam, hoorde ik een ruis. Ik hield in en keek naar het riet waar het geluid vandaan kwam. Het slingerde heen en weer. Halmen zwiepten. Er braken stengels af. Er vlogen delen van de lucht in. Er ging een kleine maar ruige wervelwind doorheen.

Mijn geest neigde ernaar om het verschijnsel betekenis te geven en het ergens aan te koppelen. Aan het ontstaan van graancirkels bijvoorbeeld, waar ik een tijdje aandacht aan heb besteed en die nog steeds een plek in mijn hart hebben. Of aan Kees die afgelopen najaar bij dezelfde watertemperatuur ongeveer op deze plek verdronk.

Maar ik hield het liever bij wat het was. Vanwege de ongewoonheid dacht ik nog even dat het een illusie betrof, een waanvoorstelling. Bij het volgende baantje zag ik stukken riet in het water. Het was echt geweest.