Bekend

In de supermarkt bij de kiwi’s sprak een vrouw me aan. Ze herkende me van tv. Of ik een presentator was. Of een acteur. Geen van beide. Ik had op dat moment niet de tegenwoordigheid van geest haar toe te vertrouwen dat ze met Beau van Erven Dorens van doen had, of misschien Humberto Tan. Een gemiste kans.

Naar mijn beste weten ben ik nooit op televisie geweest. Ja, lang geleden, op een zender met een heel klein bereik. Een vriend en ik hadden een filmpje gemaakt. Dat was naar aanleiding van het kennismakingsbezoek van Máxima aan Utrecht in 2001, toen nog verloofde van de aanstaande koning. Willem-Alexander was er zelf ook bij. Wij hadden ons opgesteld in de mensenhaag langs de route door Pijlsweerd. Vanaf de hoek waar we stonden konden we van ver het gezelschap, met de nodige beveiligers en hotemetoten, zien naderen.

Naarmate Máxima dichterbij kwam scandeerden de andere aanwezigen en ik steeds luider haar naam. Met mijn lengte lukte het om vanachter het dranghek een hand ver naar voren te steken. Ze nam hem aan. We keken elkaar kort in de ogen. Haar blik van herkenning is duidelijk op video vastgelegd.

Het is alleen nooit helder geworden wie of wat ze herkende. We hadden elkaar nooit eerder gezien. Had het iets te maken met een vorig leven? Viel het haar op dat ik een vreemde eend in de bijt was tussen het voornamelijk volkse publiek? Ik zou het graag nog eens vragen, maar daar zal het niet van komen. Nog los van het feit dat zij zich die straathoek waarschijnlijk niet eens herinnert. Als het naast alle indrukken van die dag überhaupt in haar geheugen terechtkwam.

Voor mij was dat uiteraard anders, zeker nadat mijn vriend een raak filmpje van de ontmoeting had gemonteerd. We boden het aan bij MeerTV, een platform dat lokaal uitzond en beginnende makers de gelegenheid bood hun werk te laten zien. De redacteuren waren enthousiast over wat we gemaakt hadden. Ze roemden de wisselwerking tussen mijn filmende vriend, met zijn droge opmerkingen en vragen tussendoor, en mijn verschijning voor de camera. We deden maar wat en hebben die chemie later niet meer ingezet, wilden er geen formule van maken of het verder uitmelken. Het blijft ons grootste succes.

De vrouw bij de kiwi’s kon me daar moeilijk van kennen. Ze leek niet te willen geloven dat ik een gewone sterveling was. Ik glimlachte maar, misschien zoals een tv-presentator zou doen.

Een paar stappen verder, bij het brood, kreeg ik argwaan; was het mogelijk dat de vrouw me om een andere reden aansprak? Dat ik weer eens met een norse tronie rondliep en dit haar poging was mijn gemoed iets te laten opklaren. Als dat haar bedoeling was, is dat goed gelukt.

Tropicana

Rond het ontbijt had ik een paar regels van Wham! in mijn hoofd: Club Tropicana, drinks for free/ Fun and sunshine/ There’s enough for everyone. De rest van het refrein kende ik niet. Wat ik wist bleef ik herhalen in mijn hoofd of zacht voor me uit zingen. Het mij onbekende deel neuriede ik.

Later lukte het om naar de plas te gaan. Dat en kort zwemmen zou genoeg zijn voor de dag, ik zwom zelfs iets langer. Terug op de kant voegde ik me even bij andere zwemmers, maakte zowaar een praatje, maar werd teruggefloten door een opmerking van een van hen, over de hoogte van het riet. Het was voor mij de cue om af te taaien. Ik las er een signaal in en ging vlug verder met afdrogen en aankleden.

Ondanks het abrupte afbreken verliet ik goedgemutst het veld. Ik wilde nog naar de dichtstbijzijnde supermarkt voor twee flesjes bier en misschien een zak soep. Bij het schap met soepen begon uit het plafond iemand te praten. Jumbo heeft een eigen radiostation, met niet alleen non-stop muziek maar ook een dj die de plaatjes aan elkaar praat. Hij had een bericht ontvangen van een vrouwelijke luisteraar (haar naam kreeg ik niet mee) met het verzoek om een nummer van Wham! te draaien, het maakte haar niet uit welk nummer, ze vond ze allemaal goed. Mijn oren spitsten zich, het zou toch niet. De dj kondigde Club Tropicana aan en startte de muziek.

Behoorlijk toevallig, hoewel niet geheel. Dat het liedje in mijn hoofd had gezeten kwam doordat ik onlangs de documentaire op Netflix over het duo had gezien. De beschikbaarheid van die film zal meegespeeld hebben bij de keus van die vrouwelijke luisteraar.

Maar toch, toevallig genoeg. De rest van de tijd die ik nodig had in de supermarkt viel binnen de speeltijd van het nummer. Met ogen en oren wijd open stapte ik daarna de winkel uit, het zonlicht tegemoet. Het was nu goed opletten wat er nog meer viel waar te nemen, in de nabijheid van dit wormgat.

Tingel

Als mijn medicijnen bijna op zijn, laat de apotheek me weten dat ik nieuwe kan halen. Het is een uitkomst. Ik kan nog behoorlijk georganiseerd, gedisciplineerd, opgeruimd en goed bij de tijd zijn, als het op pillen aankomt grijp ik soms zomaar mis. Dankzij de zogenoemde herhaalservice hoeft dat niet meer.

Geluk zit soms in een klein hoekje. Op de weg terug van mijn wekelijkse rondje langs winkels werd ik woensdag door mijn telefoon geattendeerd op een binnenkomend bericht. Ik ben iemand die daarvoor geluidjes ingeschakeld heeft. Het schijnt aan de leeftijd te liggen. Ik heb een tijdje zonder geprobeerd, maar kon daar niet aan wennen en zette de tingeltjes weer aan.

Om te kijken wie me probeerde te bereiken stopte ik langs de kant van de fietsstraat. Schijnt ook aan de leeftijd te liggen. Ik graaide mijn telefoon uit een jaszak en zag dat het een melding betrof van de apotheek. Daar was ik net een meter of twintig voorbij. Een medewerker moet, precies op het moment dat ik voorbijreed, op de knop ‘verzenden’ hebben gedrukt.

Ritme

De weduwe van een overleden vriend kwam vorig jaar op de thee. Naar aanleiding van een brief die ik haar had geschreven, over zaken die een buitengewoon onderling verband leken te hebben, zei ze: ‘Ik geloof in toeval.’ Het ontnuchterende van de uitspraak sprak me aan, en ook wel dat er iets dubbels in zat, ja, ik besloot: vanaf nu geloof ik ook in toeval. Maar zoals het een goed geloof betaamt, wordt het nu en dan op de proef gesteld.

Ik ga proberen de juiste volgorde te vinden. Laat ik beginnen met lezen, dat doe ik weer, e-books. Ik had net een roman uit die al een tijd ongelezen op de e-reader had gestaan, van Thomas Verbogt. Het boek beviel me. Later zag ik dat de bieb ook Schrijven is ritme van hem te leen had, een soort hulpboek voor de prozaschrijver. Het leek me goed en leuk dat te lezen.

Nu moeten we iets terug in de tijd, niet heel lang. Ik wil het niet nodeloos ingewikkeld maken. Om mij nog steeds onbekende reden kreeg ik op mijn laptop geen toegang tot het programma om e-books naar e-reader te verhuizen. In een poging iets te forceren plukte ik lukraak een boek uit de collectie van de bibliotheek, niet van plan dat te lezen. Het was De nieuwe man van Thomas Rosenboom.

Het volgende deel van dit verhaal speelt zich weer recenter af en gaat over De verschrikkelijke jaren tachtig, een nieuwe Nederlandse serie, meteen in zijn geheel beschikbaar op NPO Plus. We keken de eerste twee afleveringen. De inhoud doet er verder niet toe, het ligt voor de hand dat het in de jaren tachtig speelt, 1986 om precies te zijn. Aan het eind van aflevering twee is er zo’n wervend vooruitblikje. Jacob Derwig levert in de rol van Bert commentaar op de Belgische inzending van het Eurovisie Songfestival: ‘Godverdomme, dat nummer is veels te goed, zo gaat Frizzle Sizzle nooit winnen.’ Reden voor ons om naar de meidengroep en het nummer in kwestie op zoek te gaan. Ik won. Spotify gaf binnen een minuut Alles heeft een ritme ten beste.

Hier komt het gedeelte waar dingen samenvallen, de reden dat ik me soms zo ontzettend gedragen kan voelen en tegelijkertijd erg op mijn tellen moet passen. We zijn twee dagen verder als ik in Schrijven is ritme van Verbogt begin. Mijn klomp breekt al een beetje als hij in het eerste hoofdstuk een citaat centraal stelt uit… De nieuwe man, het boek dat ik vrijwel lukraak op mijn e-reader had gezet. Vooruit, kan gebeuren. Mijn verbazing stijgt, en die zal later overgaan in ontzag, als het volgende hoofdstuk over een liedje blijkt te gaan, overigens zijn genre noch het mijne, in 1986 Nederlandse inzending voor het Songfestival. Heb ik genoeg gezegd? Denk het wel.