Achtergrond

Het is zo gegroeid dat ik vooral leed deel. Ik heb me daarin gespecialiseerd en ben er best goed in geworden. Ik kies ermee voor de makkelijke weg. Het is bijvoorbeeld veel moeilijker om adequaat geluk in woorden uit te drukken. Geluk is ook niet zo leuk en komt veel beter tot zijn recht tegen een donkere achtergrond.

Je wilt bovendien helemaal niet weten hoe gelukkig ik soms ben. Wat hier staat komt nooit in de buurt van de werkelijke ervaring. Het wonder ervan wordt tenietgedaan door er woorden aan te geven.

Bij leed is dat anders. Daar kan iedereen met gemak aan relateren. Het is van: o ja, dat heb ik nou ook weleens. Aha, ik ben niet de enige. Of: ik heb met hem te doen. Of sterker: wat een geluk dat ik hem niet ben. Zie je, in dat laatste geval ben je zelf even gelukkig, alleen al door te lezen over andermans shit.

Ik filosofeer nog wat door. Wat is geluk eigenlijk? De afwezigheid van lijden? Dat is niet vol te houden. Dan zou het alleen een gradatie zijn van gebrek aan misère. Ook totale gelukzaligheid komt voor. Het duurt net zo lang als je nodig hebt om het te beseffen. Een moment. Dan is het lijden er weer. Ik kan er niets anders van maken.

Ook voor mensen die niet met van alles en nog wat te kampen hebben, gaat het op. Groot of klein leed, er is altijd wat. Nooit niks inderdaad.

Ik heb geleerd dat het vruchtbaar is om een zekere tevredenheid met het lijden te cultiveren. Een beetje blij zijn dat je lijdt, zoiets. Daar oefen ik elke dag mee. Dus laat die ellende maar komen. Dan heb ik weer wat te doen.


Binnenkort verschijnt Puzzelstukjes, een nieuwe bundel met blogs (van 250 woorden). Ik hou je op de hoogte.

Rem

Het is niet eerder gebeurd dat ik verwees naar een blog van de voorgaande week. Ik wil er deze keer een kanttekening bij plaatsen, zonder de waarde ervan teniet te doen. Het ging erover dat ik zo blij was, al langer achtereen. Ik voelde me beter dan ooit.

Na publicatie sloegen de zenuwen toe over de vraag of ‘zo goed’ misschien overging in ‘te goed’. Daar moet ik op blijven letten. Dat is de mentale omstandigheid waar ik mee te leven heb. Het leidt soms tot de wanhopige gedachte dat dit nou nooit eens ophoudt. Het houdt inderdaad nooit op.

Het blijft lastig ermee om te gaan, vooral omdat een mogelijke ontsporing zich altijd weer in een andere gedaante voordoet. Het depressieve gedeelte is niet het grootste gevaar, het gaat vooral om het doorschieten naar boven. Dat is lang niet meer gebeurd, inmiddels meer dan tien jaar, maar de dreiging blijft.

Ik nam mijn zenuwen serieus en wenste dat het geluk iets minder zou worden. Paradoxaal genoeg ben ik blij dat dat is gebeurd. Als ik nog hoger was gegaan, zouden mijn voeten van de grond zijn losgeraakt. Het was tijd die high de kop in te drukken.

Het is de verworvenheid van lang leven met bipolariteit dat ik ruim op tijd ben met bijsturen. Het is deze week weer iets meer zoeken naar licht in het weerbarstige van de dag. Hoewel zo’n piek, of tijdelijke hoogvlakte, af en toe zeker welkom is, zou ik niet anders willen dan dit.