Een vriendin en ik maakten de wereld beter. We groetten
iedereen tijdens onze wandeling door parkbos Amelisweerd. Ik vertelde haar dat
ik er soms een spel van maak, voortgekomen uit de periode dat groeten voor mij
problematisch was. Het is simpel. Ik zeg iemand gedag en de reactie gebruik ik
voor de volgende die ik tegenkom. Bijvoorbeeld ik: ‘Goedemorgen.’ Ander:
‘Hallo.’ Ik bij de volgende: ‘Hallo.’ Volgende: ‘Hoi.’ Ik daarna: ‘Hoi.’ Die
daarna: ‘Dag.’ En zo verder. Ik heb het nauwelijks werkelijk gedaan, het is
vooral een leuk idee. Ze kon er wel om lachen. We besloten een poging te doen.
Twee mannen kwamen ons tegemoet op een smal pad. Het zag eruit of ze geen gelijkwaardige relatie hadden, maar bijvoorbeeld coach en cliënt waren. De coach liep van ons af gezien rechts. Het was een forse man, waarmee ik bedoel dat hij een flinke pens had. Over de buik hing een streepjesoverhemd. De man luisterde naar de ander, die een stuk ieler was. Toen de twee zo dichtbij waren dat we konden horen waar het over ging, was de coach nog geen centimeter opzij gegaan. Van een afstandje leek hij dat al niet van plan, maar ik dacht dat hij op het laatst plaats zou maken. Hij deed het niet. Ik had me intussen achter mijn vriendin gemanoeuvreerd. Om een botsing te voorkomen moesten we zelfs een stap in het gras doen.
‘Ha lul,’ zei ik in het voorbijgaan.
‘Pardon?’ Hij stond meteen stil en draaide zich om.
‘Ik zei hallo,’ verduidelijkte ik.
‘Niet wat ik hoorde.’
‘Dat komt doordat je zo breeduit loopt dat we ons langs je
moeten wringen. Volgens mij voer je een test uit.’
‘Wat voor test zou dat zijn?’
Ik voelde al dat ik dit ging verliezen, deed een stap naar
voren en gaf hem met twee handen tegen zijn borst een duw. Het had nauwelijks
effect op zijn houding.
‘Kom Mark, we gaan verder,’ zei mijn vriendin snel.
‘Ik wil eerst dat deze man sorry zegt.’
‘Sorry waarvoor?’ vroeg hij.
‘Sorry voor je onbeschofte gedrag.’
Nu deed hij een stap naar voren en duwde mij op dezelfde
manier als ik hem net had geduwd. Ik raakte uit balans en moest een stap in de
brandnetels zetten.
‘Mark!’ Een hand op mijn bovenarm.
‘Even nog.’
‘Even nog, ja,’ zei de coach, ‘jij bent eerder aan mij excuses
verschuldigd. Je maakt me in het wilde weg uit voor lul, klootzak.’
De cliënt bemoeide zich er nu mee: ‘Laten we verder, Henk.’ Hier
had hij niet voor betaald.
‘Ik weet het goed gemaakt,’ begon de coach. Hij had die zin
net af, toen mijn rechtervuist op zijn neus landde. Er kraakte iets. Dit leek
me een goed moment om onze wandeling te vervolgen. Op een drafje. De adrenaline
in mijn lijf had vrij spel. Ik kon wat extra ruimte goed gebruiken.
Even verderop kwamen een man en een vrouw de hoek om.
‘Hallo,’ zei de man in het voorbijgaan.
Ik zei, geheel volgens de regels van het spel: ‘Pardon?’
—
Deze week verscheen mijn inzending voor een columnwedstrijd over eenzaamheid online. Op de tiende plaats geëindigd (van ca. 300 inzendingen). Over hoe Major Tom helpt: Helemaal alleen in het heelal.