Groef

De geschiedenis herhaalt zich en ik laat haar in dit geval begaan. Het is mijn diepgewortelde gewoonte om dingen vroegtijdig te beëindigen. De woensdagochtend was gereserveerd om naar zen te gaan. Dat doe ik al weken niet meer. Tijdens een lange wandeling kwam ik tot het besluit het ook maar niet meer te proberen. Zo komt het in een rijtje van Stedelijk Gym, onderwijskunde, een handvol creatieve cursussen, werken bij het fort en zo nog wat activiteiten die een roemloos en teleurstellend einde kenden.

Dat is in dit geval niet het enige zich herhalende. Voor het andere gaan we een jaar of zes terug in de tijd. Ik volgde voor de tweede keer een beginnerscursus zen. De eerste was bruut onderbroken geweest door een psychose. De praktijk van het mediteren zat er al in. Ik wilde de rituelen nog goed onder de knie krijgen, zodat ik daarna verder kon in een doorgaande groep.

Het plan strandde bij een opmerking van de lerares. Ze zei een keer bij de uitgang iets over het weer. Ik meende dat haar woorden betrekking op mij hadden, in negatieve zin. Zo was ik in die tijd. Het met mijn therapeut bespreken hielp niet voldoende. Het incident had me zo geraakt dat ik het niet zag zitten terug te gaan.

Vorig jaar begon ik ten langen leste toch bij een doorgaande groep, die op woensdagochtend, onder leiding van een doorgewinterde lerares. Haar inleidingen voorzagen in geestelijke voeding en brachten me verder op het zenpad. De rituelen leerde ik gaandeweg kennen. Het samen mediteren was oké. Toch zat ik thuis doorgaans beter. Ik moest bovendien steeds een flinke weerstand overwinnen om me tot de reis naar de meditatieruimte te zetten. Ik ging nog vaak genoeg.

De samenstelling van de groep is tamelijk constant. Aan het begin van dit seizoen kwam er een nieuwe leerling bij, mijn lerares van de beginnerscursus. Ik vond het aanvankelijk wel wat hebben om naast haar te zitten, zeg maar als gelijken.

De eerste les was ik er. De tweede sloeg ik over. Tijdens de derde ontaardde zij op de mat naast me in een onbedaarlijke hoestbui, typisch geval van kikker in de keel. Ik kon daar uiteraard niets aan doen. Ik had wel het idee er iets mee te maken te hebben. Zo ben ik nog steeds. Na afloop bij de uitgang zei ze iets wat me eens te meer aan het denken zette. Mijn oude kwaal speelde op.

Ik haakte af. De toch al te overwinnen weerstand had er een portie bijgekregen. Natuurlijk zou ik mezelf weer bij elkaar moeten rapen. Natuurlijk zou ik de angst voor herhaling en eventuele consequenties onder ogen moeten zien, omarmen en doorstaan. Als ik er verder beroerd voor stond, zou de urgentie daartoe groter zijn.

Ik laat het erbij. Ik vlij me zo comfortabel als gaat in de mij bekende groef. Ik mediteer gewoon thuis, zo belangrijk is die groep niet. Het is lekker rustig zonder wekelijks geestelijke voeding. Wel jammer van het geld.

Nodig

Lithium helpt mijn stemmingen in toom te houden. Het heeft bijwerkingen die mijn bewegingsvrijheid enigszins inperken. Ik heb veel dorst en moet vaak plassen. Zolang er een kraan en een wc in de buurt zijn is het een kwestie van drinken en gaan. Geen probleem.

Het is wel iets om rekening mee te houden als ik eropuit ga. Er moet om te beginnen voldoende water mee. In de auto op vakantie naar Zuid-Frankrijk is dat zeker vier liter. Een klein beetje daarvan is voor de anderen. Toch drink ik tijdens zo’n rit nog relatief weinig. Ik wil mijn reisgenoten niet onnodig vaak laten wachten voor plaspauzes. Maar eenmaal op de plaats van bestemming laat ik me vollopen.

Voor een dag wandelen sjouw ik ook flesjes mee, het aantal afhankelijk van de weersomstandigheden. Het is altijd te veel, zoals achteraf dan blijkt. Ik kan met minder toe dan ik zelf inschat en er blijkt meestal wel een mogelijkheid tot bijvullen.

Wateren stuit buiten een stedelijk gebied niet op moeilijkheden. In andere gevallen ben ik steeds aan het rekenen en anticiperen. Ik probeer er zicht op te houden wanneer zich de volgende mogelijkheid voordoet om mijn blaas te legen.

Het bezoeken van Nederland – Frankrijk afgelopen vrijdag in de Kuip was in dat opzicht een hele opgaaf. Ik ging er samen met mijn oudste naartoe. Hij is van vertrek tot thuiskomst niet naar de wc geweest. Zes en een half uur ophouden lijkt me ook weer niet gezond. Het is wel makkelijk als je zo weinig hoeft.

Ik was vlak voordat we op de fiets stapten nog gegaan en had de laatste druppel eruit geperst. Omdat ik niet verwachtte drank mee te mogen nemen in het stadion, had ik maar één flesje bij me. Dat was op Rotterdam Centraal voor driekwart leeg, echt maar een paar slokjes voor mijn doen. Toch diende de aandrang zich al aan.

Onze beoogde overstap stroomde voor onze ogen vol. We moesten naar een ander perron en daar een tijdje wachten op de volgende trein, de sprinter naar Dordrecht, zonder toilet. Ik doorstond het ritje met de knieën bij elkaar.

Het voelde niet alsof ik de toiletten in het stadion zou halen. De mensenmassa bewoog tergend langzaam over het station en langs de poortjes. De druk op mijn blaas golfde van iets meer verlichting tot bijna onhoudbaar. Een meisje een paar meter voor ons zei dat ze nodig moest. Dat ik niet de enige bleek te zijn, hielp maar een beetje.

Vanaf de brug over het spoor was te zien dat we nog een weg te gaan hadden. Het dromde samen voor de ingangen. Die van ons moesten we eerst nog vinden. Mijn opluchting was daarom groot bij het zien van een plaszuil op het plein. Ik kon wel even zonder privacy en was blij man te zijn.

Halverwege de tweede helft van de wedstrijd moest ik nog een keer. Daar had ik een paar weken eerder al rekening mee gehouden. We zaten op de stoelen direct naast de trap.

Column

 

Het kwam al een tijd niet meer voor dat ik op donderdagmiddag nog niets had. Ik schiep zelf de verplichting iedere vrijdagochtend een blog te plaatsen. Dat lukt, niet zonder moeite, maar het lukt. Soms is er op de zaterdag ervoor al een bruikbaar idee. Anders komt dat in de loop van de week. Het begint met een schets. Die werk ik uit en herschrijf ik daarna eens of vaker.

Om me te behoeden voor missers, die ik zelf in de strijd met komma’s en alinea’s over het hoofd zie, lees ik Melanie voorafgaand aan publicatie de blogs voor. Het is goedkeuring en klaar om te plaatsen óf onverbiddelijk terug naar de schrijftafel. Je mag weten dat ik weleens twijfel aan deze manier van werken. Het zou kunnen dat dingen die warrig op haar overkomen door anderen als poëtisch worden ervaren. Aan de andere kant pikt ze vaak terecht onvolkomenheden uit een tekst. We houden het voorlopig zo.

Tijdens een wandeling vertelde ze over haar aspiratie om zelf een column te schrijven. Dat zou dan voor een blad voor wiskundeleraren zijn. Ze is sinds een paar jaar docent op een vmbo-school en maakt in en rond de klas van alles mee. Dat moet toch kunnen, eens in de zoveel tijd een stukje? Volgens haar maak ik als huisman weinig tot niets mee, in ieder geval veel minder dan zij meemaakt. En toch verschijnt er elke week een verhaal. Hoe kan dat?

Ik maak inderdaad niet zo veel mee. Toch waren er deze week weer drie mogelijke onderwerpen. Ze hebben het om verschillende redenen niet tot deze fase gered. Overwegingen om te stoppen met de doorlopende cursus zen verzandden in een voor dit moment te persoonlijke gedachte om zelf juist leraar te willen zijn. Er waren ook mijn presentatie (die goed ging) van vorige week en de rol van het gebruikte kalmerende middel. Helemaal uitgewerkt bleek het verhaal kant noch wal te raken. Tenslotte was er een mening over een door de buurt opnieuw in te richten perk. Door daar iets over te schrijven zou ik de discussie onder de buren te veel in de wielen fietsen. Zo bleef er niets over.

De druk loopt op. Ik moet blijven presteren. Ik heb stiekem de ambitie om voor een tijdschrift of een website te schrijven. Als die mogelijkheid zich voordoet, er is nog geen opening, moet ik het wel waarmaken. De druk zal verder oplopen. Nu kan ik ervoor kiezen, als het even tegenzit, om een weekje over te slaan, hoewel ik me afvraag of die keus er echt nog is.

Ik heb Melanie tijdens die wandeling gezegd dat het een kwestie is van beginnen. Het heeft niet veel zin te bedenken waar het nu eens over zou kunnen gaan. Het beste is te gaan zitten en de pen over het papier te laten glijden of de cursor over het scherm. Vergeet dat het goed moet zijn, of leesbaar. Dat komt later. Het gaat in de eerste plaats om wat je beweegt. Zo simpel is het.

 

Piep

 

Ik verdiep me een beetje in elektrogevoeligheid. Dat komt niet zomaar uit de lucht vallen. Er zit sinds enkele maanden een irritant hoge piep in mijn linkeroor, tinnitus. Het is niet constant even hard, het komt en het gaat. Het zullen de popconcerten uit het verleden zijn, hoewel niet overdreven veel, die nu hun tol eisen. Het zou ook een andere oorzaak kunnen hebben.

De oorsprong van mijn onderzoek ligt bij Chantal. We kennen elkaar via grote vriend Rutger, al zegt je dat mogelijk niet veel. We kennen elkaar, punt.

Ze heeft een boek geschreven over ziek zijn van elektrosmog. Scepsis was mijn eerste reactie, waar ik nog een tijd aan vasthield.

Chantal was een keer hier in huis om een optreden te bespreken, dat uiteindelijk vanwege mijn zenuwen niet doorging. Ze had er begrip voor. Ze was vol begrip. Dat was niet wederzijds, moet ik eerlijk zeggen.

Haar conditie kennende had ik wel alvast het wifi-modem van de stroom gehaald. Bij binnenkomst detecteerde ze met haar lijf de dect-telefoon. Die ging ook uit. Ze liep door de kamer met een stralingsmeter. Ik dacht: het zal wel. Wat mij betreft kon het net zo goed een ingebeelde ziekte zijn.

Het is me nu onbekend of dit voor of na haar boekpresentatie was. Ik moest destijds gniffelen over een zinnetje op de uitnodiging. Het verzoek was om contant geld mee te nemen, omdat het draadloze pinapparaat van de uitgever (overigens ook de mijne) niet kon worden gebruikt. De betreffende werfkelder was zo veel mogelijk vrijgemaakt van straling.

Ik kon er niet bij zijn, vooral weer door mijn zenuwen. Later heb ik niet de moeite genomen het boek te bestellen.

Vorige maand was er een documentaire op tv over klachten die veroorzaakt worden door alomtegenwoordige straling, niet alleen van dect en wifi, maar ook van telefoonmasten en elektriciteitskabels. Erg veel wijst erop dat mensen daar last van kunnen hebben. Er is echter geen consensus over het bewijs en er is geen officiële erkenning, mogelijk doordat telecomgiganten en andere bedrijven enorme belangen hebben bij het in stand houden en uitbreiden van de netwerken.

Ik had na het zien behoefte om te lezen en haalde het boek in huis. Het begint met een verhelderende inleiding over het onderwerp en de reden van Chantal om het te schrijven, haar eigen zoektocht naar wat voor haar werkt. Daarna volgen weergaven van gesprekken met mensen die elektrogevoelig zijn, meest in ernstige mate, en daardoor voor vergaande veranderingen in hun leven moeten kiezen. Het is overtuigend en beklemmend.

De docu en het boek wierpen de vraag op aan welke straling ik zelf blootsta en hoe gevoelig ik daarvoor ben. Ik ben liever met andere dingen bezig, maar kon even niet anders.

Tinnitus wordt een paar keer genoemd als klacht. Na enige proeven met buiten en binnen en apparaten aan en uit, ontdekte ik niet direct een verband. Het loopt zo’n vaart niet, denk ik. Maar ik ben wel om. Er is van mijn kant nu ook volop begrip.

 

Chantal Halmans schreef De draadloze kooi. Ziek van elektrosmog

De documentaire Ubiquity is nog te zien op NPO start.

Sticker

 

Ik ben het milieu en het klimaat beu. Het is milieu en klimaat voor en milieu en klimaat na. Milieu en klimaat zijn de norm. Ik heb mijn buik vol van milieu en klimaat. Hoe meer ik lees, zie en hoor over milieu en klimaat, des te minder ik voor milieu en klimaat ben. Ik laat milieu en klimaat voor wat ze zijn en doe wat ik goed acht voor mijn welbevinden. Ik ga zelfs in de contramine als het om milieu en klimaat gaat.

Ik laat de koelkast openstaan bij het inschenken van een glas melk en de kraan lopen terwijl ik tandenpoets. Ik gooi, als het zo uitkomt, papiertjes in de plasticbak, een verpakking bij gft en eten bij rest. Zonde. Ik douche weer warm en langer dan noodzakelijk. Ik hou de verwarming in de werkkamer aan voor het geval ik daar later op de dag nog ga zitten. Ik zou voor een weekend naar New York vliegen, als ik daar behoefte aan had.

We hebben nog wel een nee/ja-sticker op de klep van de brievenbus. Die zit er zolang ik me kan heugen, ook bij onze vorige woning al en bij mijn huis weer daarvoor. Die peuter je er niet eventjes af.

Zo blijven we verschoond van folders met schreeuwerige aanbiedingen en andere indringende manieren om ons tot kopen aan te zetten. Ik was al zo’n beetje vergeten hoe dat was, een stapel van die folders doorwerken.

Meerdere van die stapels vielen maandagochtend op de mat. Ze waren verpakt in plastic en met witte bandjes gebundeld. De chauffeur kieperde een berg van zijn steekwagen. Ik begon met opstapelen en bedankte hem al. ‘Nee,’ zei hij, ‘er komen nog twee.’ Ik was meteen plaatsvervangend aan het afzien voor mijn kind.

Onze oudste van dertien heeft zijn eerste baantje: reclamedrukwerk verspreiden. Hij heeft dat helemaal zelf bedacht, uitgezocht en geregeld. Melanie en ik kunnen niet anders dan hem erin steunen. Hij spaart voor een Playstation op zijn eigen kamer.

Ik liet hem ’s middags alleen op pad gaan, maar vond later dat ik hem voor deze eerste keer wel kon helpen. Het verspreiden van folders is het laten afgaan van een fragmentatiebom waarvan de scherven in de brievenbussen in de wijk terecht komen. Die scherven vallen dan weer uiteen in de huiskamers, hoewel er ook veel ongelezen schijnt te verdwijnen in de vuilnisbak. Het zal toch werken al die reclame. De adverterende bedrijven doen er veel moeite voor.

Ze knijpen hem nu, want er komt een ja/ja-sticker in Utrecht. In Amsterdam hebben ze die al. Alleen in brievenbussen met zo’n sticker mag ongeadresseerd reclamedrukwerk worden gegooid. Geen sticker is geen reclame, een omkering van de situatie zoals die nu is.

De invoering is gepland voor begin 2020, nog niet helemaal zeker, maar grote kans van wel. Onze eigen verspreider heeft een jaar en twee maanden om goed te kunnen sparen. Daarna zal de spoeling waarschijnlijk een stuk dunner worden. Jammer voor hem, maar ik ben dan toch weer blij voor milieu en klimaat.

 

Buikpijn

 

Er wordt tegenwoordig makkelijk gesproken van ervaringsdeskundig. In mijn geval geldt dat ik wel wat meegemaakt heb, maar geen opleiding volgde om dat professioneel in een kader te plaatsen. Mijn kunde is gebaseerd op het beschrijven van mijn ervaringen en al doende erop te reflecteren. Daarnaast kan ik door het coachen van anderen ook hun verhalen laten meewegen in mijn visie, voor zover ik die heb. Nog steeds niet officieel ervaringsdeskundig dus, maar goed, ik heb wat te vertellen.

Ik ben echter niet echt een verteller. Ik ben meer een schrijver. Ik heb graag de tijd om uitgebreid na te denken over een precieze formulering en de juiste woordvolgorde.

Over twee weken ga ik toch iets vertellen, over verwardheid. Het is voor een publiek van ongeveer tachtig mensen, managers in de zorg. Ze zijn benieuwd hoe ik als verward persoon graag behandeld zou willen worden, wat een goede aanpak is. Daar ben ik ook al niet deskundig in. Ik heb alleen mijn ervaring.

Ik weet niet goed waarom ik toegezegd heb dit te doen. Niemand dwingt me. Voor de bescheiden financiële tegemoetkoming hoeft het niet. Ik ben ook niet persoonlijk gevraagd. Er kwam een oproep en daar heb ik op gereageerd. Misschien vind ik dat ik het behoor te doen. Mogelijk verkoop ik een boek of twee.

Een kwartier blijkt best makkelijk te vullen. Met het voorlezen van twee verhalen uit Verwarde man kom ik al over de helft. Ertussenin iets uitleggen over wensen bij waanzin gaat me in de beslotenheid van de werkkamer redelijk af. Hoe dat straks zal zijn als ik daar sta, is nog maar de vraag.

Ik wil niet woordelijk zinnen uit mijn hoofd leren, acht me daartoe ook niet in staat. Bovendien is er dan geen ruimte voor kleine grapjes, mochten die opkomen. Helemaal voor de vuist weg aanvangen, is zeker geen optie. Inmiddels heb ik een begin en weet ik ongeveer via welke punten ik naar het eind wil.

Het belachelijke van de hele exercitie is de tijd die ik ermee bezig ben en de energie die erin gaat zitten. Voor een praatje. Mijn perfectionisme en mijn zucht naar eindeloos nuanceren zitten in de weg. Het houdt niet op. En het is vakantie. En ik heb verder niet zo veel te doen.

Het kan maar beter achter de rug zijn. Het ergste wat kan gebeuren, is dat ik dichtklap. In dat geval heb ik altijd de verhalen uit het boek nog en lees ik er desnoods eentje extra voor. Laat ik mijn leesbril niet vergeten (volgende keer schrijf ik een groteletterboek).

In mijn zenuwen vooraf ben ik geneigd een voorstelling te maken van hoe het zal zijn. Hoe zien managers in de zorg er eigenlijk uit? Hoe is de opstelling? Wat vertellen de andere sprekers? Is er een katheder of zoiets? Ik hoop het. En hopelijk ben ik in staat een slok te nemen uit het glas water dat voor me klaarstaat, trillen mijn handen niet te erg.

Je mag aan me denken die dag.

 

Pindakaas

 

Ik ben niet echt te dik, wel een beetje. Eerder had ik al zelfstandig het plan om meer te bewegen. Daar kon ik me niet helemaal aan houden, of het was om te beginnen niet strak genoeg. In ieder geval was er na een paar maanden een negatief resultaat, nog iets zwaarder. Mijn gewicht kroop omhoog, zoals het op de site van Voedingscentrum zo mooi heet.

Mijn BMI bevond zich niet in het rood. Ik kon het nog wel wat langer aankijken, ware het niet dat Melanie op een avond liet weten dat ze niet met mijn buikje kan leven. Inderdaad is het mijn buikje, bemoei je er niet mee, was mijn eerste idee. Maar goed, zij heeft er meer zicht op dan ik, zo vaak kijk ik niet in de spiegel. Mijn eigen toch wel ontevredenheid en haar wanhoop (‘Ik weet niet of ik zo nog van je kan houden.’) brachten me ertoe de app van stal te halen.

Samen (de app en ik) hebben we een duurzaam plan opgesteld. Ik vulde wat gegevens in, waaronder mijn leeftijd, mijn huidige gewicht, de gewenste duur en het gewenste resultaat. De app rekende het aantal grammen uit dat ik per week lichter zou worden, mits ik me aan het voorgeschreven aantal calorieën zou houden. Daar zit het ‘m in.

Het plan gaat eigenlijk niet verder dan bijhouden wat ik drink en eet. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat de pondjes eraf vliegen, dan komen ze er net zo snel weer aan. Van eerdere pogingen weet ik ook dat noteren van wat naar binnengaat een heel eind helpt om ervoor te zorgen dat er minder naar binnengaat. De ergste boosdoeners laat ik schuldbewust al grotendeels achterwege.

Na iedere maaltijd en elk tussendoortje neem ik even de tijd voor de administratie. Als ik weet wat er op het menu staat, kan ik ook vooruit werken. Mijn app zet alles keurig op een rij. Hij bevat een database met zo goed als elk product dat in Nederland te krijgen is, mét voedingswaarde. Daarnaast hebben andere gebruikers maaltijden ingevoerd, zodat ik niet steeds hoef te puzzelen met een onsje peen of een blokje spek.

Het mooist van alles is de scanfunctie. Mijn app kan de barcode op een verpakking lezen en interpreteren. De eerste keer dat ik het meemaakte was verrukkelijk. Het is gewoon lekker om te zien dat techniek zulke dingen voor elkaar krijgt. En dat het werkt. Het zal wel vrij simpel uit te voeren zijn tegenwoordig, maar ik vind het geweldig.

Neem een pot pindakaas. Ik richt mijn telefoon erop, de barcode wordt in beeld als het ware even vastgepakt en een tel later verschijnt een afbeelding van die pot en dat merk. Vervolgens kan ik zelf bepalen hoeveel ik ervan heb gegeten. Ik geef toe, ik weeg soms dingen, maar dit niet. Hoeft ook niet. Er zijn standaardhoeveelheden om uit te kiezen. Bijvoorbeeld: smeersel voor één boterham (15 gram). Alles wat ik nog hoef te doen, is niet te dik smeren.

 

Zuurstof

 

Bij de internist had ik gestaag oplopende getallen gezien. Het ging om mijn nierfunctie, die vanwege decennialang lithiumgebruik onder druk staat. Ze schatte de normale waarde voor een man van mijn postuur op zestig en het scherm gaf honderdveertig aan, ruim twee keer zoveel. Dat was geen reden voor mij om meteen door te vragen, ook omdat er kennelijk bij haar geen luide alarmbellen rinkelden. Bovendien was ik daar om te praten over mijn te hoge bloeddruk, die al een luikje opende naar de eindigheid van mijn bestaan.

In de dagen erna werd de kwestie rond wat die honderdveertig precies betekende prangender. Internet leidde al snel via ervaringsverhalen van andere lithiumgebruikers naar nierdialyse en de beperkende effecten daarvan. Over exacte getallen vond ik niets. Ik wist genoeg om naar een doemscenario gezogen te worden. Even hoefde het allemaal niet meer voor mij.

Dat was een goed moment om een afspraak te maken bij de huisarts. ‘Oplettendheid is geboden,’ zei ze ‘maar het is nog maar een beginnetje van schade.’ De waarde blijkt op te kunnen lopen tot zeshonderd of zelfs achthonderd voordat dialyse ter sprake komt. En zo hard gaat het nu ook weer niet. Haar woorden namen mijn ongerustheid weg.

Er was wel een vraag achtergebleven, die vaker voorkomt na ingrijpende levensgebeurtenissen. Mee eens, zo ingrijpend was dit niet, toch genoeg om stil te staan bij wat er werkelijk toe doet. Dat kreeg ik mooi cadeau.

Er begon iets te broeien en er groeide een idee. Ik weet niet precies waar het vandaan kwam. Eerst waren er vage contouren. Ik zag flarden van krantenberichten, een promo van een tv-programma, een fragment van een film, hoorde iemand iets zeggen. Het was niet te doorgronden hoe het zich precies manifesteerde, hoe dingen samenvloeiden en uitkwamen op een licht veranderde levenshouding, die er altijd al leek te zijn geweest, alsof het vanbinnen een tijdlang lag te wachten en nu begon te resoneren met de buitenwereld. Het was me echter nog onduidelijk wat de handen en voeten waren van het idee.

Mijn jongste zoon bracht voor een belangrijk deel verheldering. Hij zit sinds anderhalve maand in de brugklas. Maandag kwam hij uit school en vertelde opgetogen dat hij iets leuks had gehoord bij geschiedenis. Mijn hoofd stond niet direct naar zijn verhaal. Op een rustiger moment vroeg ik wat de leraar had verteld.

Het ging om basisbehoeften. Aan de hand daarvan, hoe de mens daarvoor zorgde en zorgt in verschillende tijden en op verschillende plaatsen, is een cultuur te karakteriseren.

Het is simpel. Een mens heeft zuurstof nodig, eten en drinken en rust en slaap. Dat zijn de voornaamste drie. Daarnaast zijn veiligheid en gezelschap van belang om het leefbaar te houden. Het is een manier van kijken die bevrijdt. Ademen, eten en drinken, geregeld mensen zien, ’s avonds de deur op slot en voldoende slapen. Verder hoeft er niet zo veel.

 

100%

 

Kledingwinkels mijd ik als ik kan. Online kopen is een uitkomst. Het leek me in dit geval toch praktischer direct te passen en te beoordelen. Ik wilde twee nieuwe overhemden en wist het juiste adres. Op twee medewerkers na was de winkel leeg. Het was een doordeweekse ochtend, een goed moment om in alle rust kleding te kopen. Een vrouw met een Engels accent hielp me bij het kiezen en afrekenen. Iets triggerde de andere vrouw om persoonlijke belangstelling te tonen.

Voordat ik verderga moet ik zeggen dat me vaker wordt gevraagd wat ik doe. Een paar weken terug vond de vrouw bij de bakker een aanleiding om ernaar te informeren. We spraken elkaar al een tijdlang elke woensdag. Gezien ons bandje meende ik te kunnen volstaan met te zeggen dat ik huisman was. Dat volstond niet. Er moest nog een uitgebreid verhaal bij over hoe ik mijn dagen verder doorkwam. Ik nam me voor de volgende keer een andere insteek te kiezen.

De volgende keer was tijdens een bezoek aan een internist. Die had door de lijst medicijnen op haar scherm al kunnen vermoeden dat ik niet volop meedraai in de maatschappij. Ze vroeg er toch naar. Bij haar besloot ik schrijver te zijn. Het moment dat het uit mijn mond kwam, hoorde je de geloofwaardigheid door het rooster naar de binnentuin glippen. Arnon Grunberg is een schrijver, ja, en bijvoorbeeld Tommy Wieringa, Peter Buwalda misschien. ‘Ik schrijf wekelijks een blog,’ zei ik nog. Oké, een blog, leg maar eens uit dat het meer is dan een leuke hobby. ‘En ik zwem,’ pruttelde ik daarna, ‘en ben huisman.’

Niet geslaagd. Ik was zelfs vergeten mijn vrijwilligerswerk te noemen. Ik nam me meteen voor de volgende keer die activiteit primair op te voeren ter verdediging.

De vrouw met het Engelse accent vouwde geduldig de twee door mij gekozen overhemden op. Ze stelde geen vragen, behalve of ik in het klantenbestand stond en of ik een tasje wilde.

De ander was erbij komen staan: ‘Heb je een vrije dag?’ (Melanie zei later dat ze dit nóóit aan een vrouw zouden vragen.) Om ervan af te zijn zei ik mijn eigen tijd in te kunnen delen. Is nog waar ook. Het was niet genoeg. ‘Wat doe je dan?’ Nu moest ik mijn troef maar spelen: ‘Ik ben e-coach en begeleid mensen met een psychiatrische achtergrond bij het maken van hun herstelverhaal.’ Een hele mond vol en toch had ik het idee dat het te dun was, dus reutelde ik erachteraan: ‘En ik schrijf.’

‘O, wat schrijf je dan?’ Het was te verwachten. ‘Nou ja, een blog en ik heb een boek gepubliceerd over psychiatrie.’ Het maakte geen indruk. Ik had bijna gezegd dat ik ook nog zwom én huisman was. Het zou niet meer baten. Ik betaalde en liep licht vernederd de winkel uit.

Daarom weet ik het nu wel. Als er weer naar wordt gevraagd, zet ik vol in op die goeie ouwe honderd procent afgekeurd. ‘Op psychische gronden.’ Dat zal ze leren.

 

Stoplicht

 

Ik loop al maanden met het idee om een uurtje op een bepaald kruispunt te posten. Dat kan alleen op een zaterdagmiddag, op andere dagen is het niet druk genoeg om er iets aan te beleven. Begrijp goed dat ik het slechts zou doen om iets te schrijven te hebben, niet voor de sensatie. Ik wilde er à la Martin Bril weleens op uit, maar dan dichtbij blijven. Hoe dichterbij, hoe beter.

Een T-kruising nabij winkelcentrum Overvecht had ik op het oog. Toen een van mijn kinderen in de Action op zoek was naar een cadeau voor een vriendje, heb ik er eens een kwartier staan kijken. Het verkeer bleek een attractief schouwspel van onnodig voorrang geven, onrechtmatig voorrang nemen, net geen aanrijdingen en fietsers en voetgangers die zich ertussendoor wurmden. Er kan een schaal worden gemaakt met aan de ene kant de overdreven voorzichtige en aan de andere kant de extreem brutale. Ik dacht er op mijn gemak eens een nadere studie van te maken. En erover te berichten.

Het komt er niet van. Deze keer hield een regenfront me tegen dat de hele middag nodig had om voorbij te trekken. Het is nog niet zo makkelijk iets te ondernemen. Eerst een middagdutje doen leek me sowieso beter. Daarna zou ik verder zien.

Op weg naar de slaapkamer kwam ik een foto tegen met een gedicht. Het lijstje is boven water gekomen bij het opruimen van de werkkamer en staat tijdelijk, nog onbekend voor hoe lang, op de verwarming van de overloop. Ik bleef een moment staan en las het weer.

Het gedicht zal een jaar of tien oud zijn. Er hoeft niet veel dieps achter te worden gezocht. Het is het soort dat ik graag aan de lopende band had geschreven.

Ik ben nu niet bezig met dichten. Het kriebelt wel even als ik dit zie. Welke waarheden liggen er nog meer te wachten om in woorden gevat te worden of omheen te draaien?

Deze woorden zijn afgedrukt op een foto van de Catharijnesingel. We kijken recht tegen een rij huizen aan. Het standpunt van de fotograaf, die ik ben in dit geval, is aan de overzijde van een brug. Links loopt een blonde vrouw met een tas aan haar schouder langs de reling. Dat ze handschoenen draagt, zegt iets over het jaargetijde. Ik weet niet meer wanneer de foto gemaakt is, kan hem ook niet terugvinden op de harde schijf. Er rijden twee auto’s langs, ieder in een andere richting. Twee fietsers, net als de blonde vrouw op de rug gezien, wachten tot het nadrukkelijk aanwezige rode stoplicht op groen springt.

Als ik dan toch thuisblijf, kan dat gedicht wel wat aandacht krijgen. Ik ben er nog steeds tevreden over en wil het meer mensen laten lezen dan alleen degenen die langs de verwarming lopen op de overloop. De titel heb ik veranderd. Die was oorspronkelijk Nu.

 

Moment

Nu is oneindig kort. Nu duurt
een leven. Nu is tevreden

met voorbijgaan.
Er is geen moment

dat nu niet kent.
Nu is er altijd

en blijft even. Er lang
bij stilstaan

en nu is verdwenen.

 

Humor

Mijn twee vrienden en ik hebben een nieuwe hobby: comedy. We zijn twee keer gaan kijken naar een open podium, ook wel aangeduid met open mic (spreek uit: open maaik). Men gebruikt rondom comedy veel engelse termen, de genreaanduiding alleen al. Verder zijn er de onmisbare comedians. Het over komedianten hebben zou ronduit belachelijk zijn. Comedians dus, en ze staan: stand-upcomedians of stand-uppers. De serie grappen die ze afvuren op het publiek heet een set.

Zo’n open mic kan tenenkrommende momenten opleveren. Er komt van alles voorbij. Van iemand die net de beginnerscursus heeft afgerond tot een regelrechte rot in het vak. Van eenvoudig grollen aan elkaar rijgen, met seksistische en soms zeer smakeloze erbij, tot uitgedokterde verhalen doorspekt met intelligente grappen. Meestal gaat het over autobiografische elementen, of wordt voorgewend dat die autobiografisch zijn. De comedian pikt een facet uit zijn of haar leven, vergroot dat uit en gebruikt het als haakje om de set aan op te hangen.

Dat kan ik ook, dacht ik na afloop, alleen dat staan op een podium zou me vermoorden. (een omgekeerd anglicisme) Ik ben een zenuwlijder. Dat verwacht je niet, los van die trillende handen zie ik er best capabel uit. Toch? (hier een eerste interactie met de mensen op de voorste rij) Als je mij over straat ziet lopen, denk je niet van: hé, daar gaat een zenuwlijder. Maar ik was ooit zelfs een verwarde man. (ongemakkelijkheid treedt binnen)

Sorry, dat zeg ik niet goed, tegenwoordig hebben we het over personen met verward gedrag. Die zijn er in soorten en maten. Ik behoorde tot de psychiatrische gevallen. (meer ongemak)

In Nederland blijft het aantal personen met verward gedrag toenemen. (men denkt: waar gaat dit heen? men houdt de adem in) In de Verenigde Staten hebben ze er ook problemen mee, maar natuurlijk op een heel andere schaal, met name rond één persoon. (eindelijk, de eerste bevrijding van een lachje) Dat een persoon met verward gedrag het zo ver kan schoppen. (haha) Niet veel mensen staan erbij stil, maar Donald Trump betekent ontzettend veel voor de emancipatie van personen met verward gedrag. (meer lachen en meteen eroverheen:) Wat een voorbeeldfunctie heeft die man! (bulderen)

Nee, even alle gekheid op een stokje. (goedkoop, maar kan werken) Het was echt serieus shit… (stilte) Maar ik ben erdoorheen en hoop er in de toekomst van verschoond te blijven. (weer wat ongemak)

Cognitieve gedragstherapie, afgekort cgt, heeft me ontzettend geholpen. Je hebt er vast weleens van gehoord. (tijd voor meer interactie:) Even handopsteken: wie heeft ooit cgt gehad? (aarzelend een paar handen) Oké, en wie is er beter van geworden? (iemand roept: de therapeut) (haha…) Dat had ik willen zeggen. (…ha) En toch, cgt is het duizenddingendoekje onder de therapieën. (glimlachjes) Je kunt er van alles mee aanpakken: angst, depressie, waanideeën. Laat ik nou alle drie hebben gehad. Het heeft goed gewerkt voor mij. Ik leef alleen nog in de waan dat ik op een podium kan staan om mensen aan het lachen te maken. (hmm)