Dompelen

 

Er kan geen sprake zijn van een harde grens, het is een geleidelijke overgang. Toch zou het tweede weekend van september gezien kunnen worden als het begin van het winterzwemseizoen. Het zijn de laatste dagen dat het betaalde badstrand aan de andere kant van de Plas open is.

Ook op ons veldje klopt het najaar aan.  De zomergasten die maandenlang het veld bevolkten en er hun domein van maakten, zijn weer vertrokken. Die laten zich voorlopig niet zien. Ze weten niet dat er nog genoeg mooie dagen zullen zijn. Als je de mindere op koop toe neemt, of daar ook waarde in kunt vinden, krijg je die cadeau.

Dat is weggelegd voor het clubje zwemmers dat het jaar rond te water gaat. Bij de mannen gaat de voorkeur hartje winter uit naar een paar minuten zwemmen. Er is nog steeds discussie over de vraag of dompelen, even erin en meteen eruit, ook telt.

Wat Yvon betreft wel, die dompelt. Ze heeft daarvoor haar eigen methode. Met een badmuts op als bescherming, en om de haren droog te houden, stapt ze van de houten beschoeiing, loopt achterwaarts de zwakke helling af tot ze diep genoeg is en gaat dan onder het slaken van een kreet door de knieën. Dat is het, dan loopt ze terug.

Daar doen wij zwemmers een beetje lacherig en neerbuigend over. Het komt weleens voor dat we het bij dompelen houden, maar bijna altijd blijven we in het water tot er een pijngrens bereikt is en het begin van onderkoeling intreedt. Dat is pas genieten.

Zo ver is het nog niet. De Plas koelt langzaam af. Yvon zwemt nog een stuk.

Ze was er in de zomer praktisch elke dag. Ze komt uit Hilversum fietsen om hier te zitten. Het is haar dagelijkse uitje. Ondanks haar tamelijk hoge leeftijd (mag ik dat zeggen?) wil ze niets weten van een e-bike. Haar witte Koga voldoet prima.

Ze kan dagenlang zitten. Ik vroeg haar of het niet verveelde. Helemaal niet. Twee jaar terug had ze het puzzelen ontdekt. Ze lost sudoku’s op en wordt daar steeds beter in. Ze kan er zo in opgaan, vertelde ze, dat ze alles om zich heen vergeet. Als ze opschrikt uit haar concentratie, moet ze uit het niets bedenken wat ook weer het plan was voor de dag.

Verwacht bij deze meditatieve bezigheid echter geen ingetogen dame, dat is ze verre van. Yvon laat van zich horen. Soms als ze begint te praten, houdt ze niet meer op. Het enthousiasme spat eraf. Yvon wil overal het fijne van weten en heeft veel contact met de mensen om haar heen. Ze toont interesse en is op de hoogte.

Door de maanden heen is zij een vaste waarde op het veld, niet te beroerd om wat langer te blijven om mijn spullen in de gaten te houden als ik zwem. Zo zien we elkaar vaak. In de winterperiode misschien iets minder, maar ze blijft haar tochtjes maken. En dompelen, ongeacht wat de mannen daarvan vinden.

 

Gooi

 

Het was nodig de werkkamer eens goed op orde te brengen. Melanie bereidt er haar lessen voor en werkt thuis indien nodig voor haar andere werkgever. Ik doe er mijn schrijfwerk en online coaching als de woonkamer bevolkt is. Die heeft met de toenemende kans op rondhangende pubers intussen afgedaan als geschikte werkruimte. Incidenteel kan ik er nog zitten, maar je weet nooit wanneer er lesuren uitvallen op de middelbare.

Onze opdracht was een zo leeg mogelijke plek te creëren. De tv moest in ieder geval weg. We zijn inmiddels twee televisieschermen verder. Sinds de laatste verhuizing stond het apparaat ongebruikt in een kast. Hij kon er alleen uit door die kast te demonteren, een goede verklaring waarom het toestel het daar zo lang had uitgehouden.

Zonder plan van aanpak trokken we eerst maar eens de boeken van de planken. Dat was een goed begin en zette de boel in beweging. Een grote stoel verhuisde een verdieping hoger naar een kinderkamer. Papier in mappen kreeg een andere plek of verdween. Een andere grote stoel ging voor twee tientjes de deur uit. Bij die deal probeerde ik vergeefs het tv’tje mee te geven.

Een oude lcd-monitor stond ook in de weg en zonder uitzicht op hernieuwd gebruik had ik besloten om de typemachine de deur uit te doen. We laadden ze samen met de tv op de achterbank van een geleend autootje.

De kringloop wilde de monitor en de typemachine nog wel hebben, maar zo’n beeldbuis verkochten ze echt niet meer. Een poging op Marktplaats leek me gedoemd tot mislukken, dus reden we nog een keer naar het afvalscheidingsstation.

Eerder in de week waren we daar al geweest, een plek waar je eigenlijk af en toe een uurtje moet staan kijken. Je kunt het plezier aan de mensen aflezen. Het scheiden van afval is een levend gezelschapsspel. De achterkleppen van de auto’s gaan open en met de tong tussen de tanden wordt naar de container gezocht passend bij het afgedankte attribuut in handen. De medewerkers zijn zowel coaches als scheidsrechters. Spullen achterlaten mag, meenemen is strikt verboden.

Wij hadden die keer onder andere verfresten, te vroeg gestorven elektronica en gebarsten bloempotten. Die laatsten kletsten lekker aan stukken in de bak met puin. Ik stapelde de kleine elektronica keurig bij wat er al stond in de zeecontainer met wit- en bruingoed. Van een vriendin hadden we naast wat verf nog een magnetron mee. Weer bij de container gaf een medewerker aan  dat ik het apparaat een gooi mocht geven, zo ver mogelijk naar achteren. Dat hoefde hij niet nog eens te zeggen.

Het ritje later met alleen de tv was te beschouwen als de afsluiting van ons project. Deze keer wisten we de weg naar de zeecontainer meteen te vinden. Voordat ik het toestel een gooi gaf had ik echter moeten bedenken dat de beeldbuis kon imploderen met uiteindelijk het effect van een explosie. Hij vloog al. Het bleef bij een plof.

 

Consult

 

Afspraken met hulpverleners daagden uit om met iets te komen. Ze moesten benut worden en ergens toe dienen, die gesprekken, ook als ik op dat moment best zonder kon. Toen ik regelmatig iemand zag, had ik altijd wel wat. Dit liep niet, dat zat tegen, het ging niet zoals ik wilde. Of het ging best goed de laatste tijd, maar zus en zo en dit en dat. Een gesprek op de poli schiep verwachtingen en ernaartoe fietsend vulde ik die alvast in. Het kwam ook voor dat ik opgeruimd en monter de spreekkamer betrad en er ter plekke toch iets aan de hand bleek. De constructie hield zichzelf in stand.

Ook als ik nu iemand zou zien, heb ik best nog wel wat. De noodzakelijke vinger aan de pols houden betekent altijd alert zijn op afwijkingen. Mijn goede oude psychiater leerde me dat er drie pijlers zijn bij het beoordelen van een manie of een depressie. Er is gevoel, er zijn gedachten en er is gedrag. Die variabelen na te gaan is een handzame manier om te zien hoe het ermee is.

Neem bijvoorbeeld dit moment. Vooral het gevoel zit in de min. Ik loop het grootste deel van de dag rond met een hoofd als een suikerbiet, een lachje kan er nauwelijks af. Daar voel ik me dan niet eens zo slecht bij. Je kut voelen is niet altijd klote.

Wat mijn gedachten betreft springen twee dingen in het oog. Om te beginnen denk ik al weken onmatig laag over mensen die ik op straat zie. Die is te dik, die rijdt te hard, die praat te luid, die heeft geen controle over zijn hond (neem dan geen hond!) et cetera. Deze aanhoudende stroom van afwijzingen is vooral zo vermoeiend omdat ik me er maar al te goed van bewust ben.

Het tweede aspect is het fantaseren naar aanleiding van dingen die hadden kunnen gebeuren. Een bijna-ongeluk is daar het beste voorbeeld van. Ik zie veel mogelijke rampen en bedenk daarbij hoe ik zou handelen als die echt gebeurden. Eerst 112 bellen, of dat aan anderen overlaten, de slachtoffers bijstaan, wat kan ik doen, wel eerst mijn fiets op slot, je zal net zien dat iemand ermee vandoor gaat als ik goed werk verricht, het kan allemaal, of zou ik de veroorzaker eerst eens goed verrot schelden? Ik kan niet ophouden het te verzinnen. Dat het door mijn hoofd gaat is kenmerkend voor een meer neerslachtige periode.

De factor gedrag is het meest geruststellend. Ik slaap goed. Ik ben redelijk actief wat bewegen betreft. Ik heb niet meer moeite dan anders met de dingen die moeten gebeuren. Eetlust: check. Zin in seks: check. Niks alarmerends. Het gaat wel zo.

Dit gaat weer plaatsmaken voor iets anders. Of dat nu beter is of slechter, maakt eigenlijk niet uit. Maar ik ben maar een mens en hoop toch altijd op ietsje beter.

Wat gedrag nog aangaat: schrijven lukt. Bij het ontbreken van hulpverleners ventileer ik dit maar even zo. Met je welnemen.

 

Sprongetje

Vakantie vier je. Nou ben ik van nature niet van het opgewekte, maar vooruit, we vierden vakantie. Op de Wadden.

We bezochten eerst Terschelling. Het viel me daar al snel op dat ik vrijaf had gekregen van mijn neiging van alles te zoeken achter gedrag en uitlatingen van medemensen. De warme dagen leken mijn afwijking te hebben weg geschroeid. Tijdelijk natuurlijk, hij zou wel weer terugkeren. Maar het was al prima om er even van verlost te zijn en in staat te zijn relatief zorgeloos het eiland en het weer op me te laten inwerken.

Onze volgende bestemming was Ballum op Ameland. We hadden gedacht aan het eind van de eerste week een boot te kunnen nemen van het ene naar het andere eiland. Twee jaar geleden hopten we zo van Terschelling naar Vlieland. In oostelijke richting bleek dat niet mogelijk, tenzij we een hoge prijs betaalden, bijna zo dramatisch als het klinkt. Er zat niets anders op dan een reis via het vasteland. De tijd die we daarvoor nodig hadden, zou volstaan om met een auto een heel eind richting Zuid-Frankrijk te rijden. Het deerde nauwelijks. We waren met z’n vieren en zolang we met z’n vieren waren was het goed. Samen tegen de wereld, hoewel er geen vijandschap te bekennen was, een gevoel dat je tijdens prille liefde ook kunt hebben. Zo ervoer ik het althans. Ik weet niet hoe onze prepubers er tegenaan keken en of ze er überhaupt gedachten aan wijdden.

Naast het dorp lag het vliegveld van Ameland. Stel je daar niet te veel bij voor: een hangar, een miniatuuruitvoering van een verkeerstoren en een landingsstrip van gras. De aanvliegroute ging recht over het huisje dat we hadden gehuurd. In een slechte bui zou ik dat als overlast ervaren. Mild als de vakantie me stemde, nam ik die paar eenmotorige vliegtuigjes voor lief. Nog beter zouden die te verdragen zijn, dacht ik, als we er gebruik van maakten.

De meest in het oog springende activiteit bij het vliegveld was skydiven. Je kon dat ook aanduiden met parachutespringen, hoewel de dertig seconden durende vrije val volgens de website het belangrijkste deel van de ervaring moest zijn. Een gat in de lucht springen. Voor de recreant was een tandemsprong mogelijk. De tweehonderd euro per sprong was niet het enige dat me weerhield. Een brug te ver, zou ik zeggen. Van de anderen hoefde het ook niet.

De tweede toeristische attractie was een rondvlucht boven het eiland. Dat sprak meer aan, maar leverde nog genoeg bibbers. Het vliegtuigje bood naast de piloot plaats aan drie volwassenen óf twee volwassenen en twee kinderen. Door de telefoon kon niet bepaald worden of onze kinderen nog klein genoeg waren. Ik bedacht al dat ik wel aan de grond zou blijven, mocht het niet passen. Bij het betreden van het kantoortje zag de man meteen dat het wel zou lukken. We konden er met z’n vieren in. Hij wees op een indringende manier naar mij en zei: ‘Die gaat voorin.’

Zo geschiedde.

Kast

We begonnen op een van de warmste dagen met het van de planken trekken van de boeken. Boven op de werkkamer was het relatief koel. Alleen mijn meter poëzie lieten we staan, daar hoefde niets aan te gebeuren. De rest dunden we uit. We hebben geen indrukwekkende verzameling en wat er staat heeft in ieder geval een van ons een keer gelezen.

Wat we nog een keer wilden lezen of wat we geschikt achtten voor de kinderen om over een paar jaar tot zich te nemen, mocht terug. De criteria waren duidelijk en we hadden vlot een doos voor bij het oud papier en eentje voor de kringloop. Wat overbleef paste in de kast, mét nog wat ruimte voor nieuwe titels. Aangezien we allebei een e-reader hebben, zullen dat voornamelijk cadeaus of hebbedingen zijn.

Melanie had nog een halve plank wiskunde en een halve plank tuinieren. Samen hadden we driekwart plank spiritualiteit en aanverwante zaken. Het kwart dat daarna overbleef was voor allerhande non-fictie, waaronder een vergeeld Handboek voor schrijvers. Het staat vol adressen van onder meer tijdschriften en uitgeverijen, die twintig jaar geleden up-to-date waren. Bij de volgende keer opruimen kan het in de oudpapierbak.

Ik kwam tijdens onze exercitie ook een map tegen met brieven van uitgeverijen. Het ging zonder uitzondering om afwijzingen van mijn manuscripten met gedichten. Ik denk inmiddels ook dat ze te dun waren, zoals een van de redacteuren schreef. Het was een heel ander tijdperk waarin ik daarmee bezig was. Er dook ook nog een map op met beginnetjes van gedichten, veel van hetzelfde. Ik heb er maar niet te lang naar gekeken. Ik heb eigenlijk nooit zoveel van poëzie begrepen, niet van wat ik las en niet van wat ik schreef. Een enkele keer trof ik het. Daar deed ik het blijkbaar voor.

Je zou van iemand die graag schrijft en liefhebber is van geschreven taal verwachten dat hij veel leest, maar ik ben niet de boekenverslinder waar veel mensen me voor aanzien. Belezen ben ik daarom ook niet. Door de jaren heen heb ik best wat gelezen, maar ik vergeet veel en snel. Ik mag van geluk spreken als ik halverwege een boek nog weet hoe het begon. Zonder probleem kan ik een werk dat ik vorig jaar zomer las ter hand nemen, het grootste deel is weer nieuw voor me.

Dat ik erg langzaam lees, speelt hierbij ook een rol. Er passen daardoor niet zoveel pagina’s in de tijd die beschikbaar is. Aan de Russische meesters en een heel aantal andere grote auteurs hoef ik niet te beginnen. Mijn voorkeur gaat uit naar korte hoofdstukjes. Na een paar daarvan aan het begin van de avond kan ik het boekje, of de e-reader dus, wegleggen en de televisie aanzetten.

We hebben al een tijdje zo’n indrukwekkend groot scherm met uitmuntende beeldkwaliteit en prima geluid via de luidsprekers, en een strakke mediabox met handige opname- en terugkijkmogelijkheden en in de slipstream van dat alles een erin geslopen Netflix-abonnement. De boeken kennen hun plek.

Auto

 

Ik vroeg een meisje wat ze graag wilde zijn. Ze zei: ‘Zie je dat niet, schatje, ik wil beroemd worden, een ster op het witte doek. Maar in de tussentijd kun jij wel iets voor me doen.’ Bleek dat ik haar auto mocht rijden. Later gaf ze toe niet eens een auto te hebben, maar wel blij te zijn met haar nieuwe chauffeur.

Mooi begin van een liefde. Drive my car is het eerste nummer dat voorbijkomt in de Carpool Karaoke met Paul McCartney. Het filmpje behelst een kleine toer door Liverpool. In de week waarin het verscheen, werd door de NPO een documentaire uitgezonden over de jaren dat The Beatles concerten gaven.

Filmpje en docu slingerden me hun universum in.

Elke avond start ik een willekeurig nummer op YouTube en laat me leiden door het algoritme. De video’s volgen elkaar op, meest van matige kwaliteit, soms met bewegend beeld, vaak alleen een afbeelding met muziek. Er is een terugkerende sensatie: ‘O ja, dat hebben ze ook gemaakt. Wat goed!’ Ik kan het niet helpen. En o ja, Help! is nog niet eens voorbijgekomen.

In de Carpool Karaoke zit aan het begin een verwijzing naar dat nummer. De presentator vraagt vanuit de auto per telefoon of Paul hem kan helpen. Een moment later stapt de superster in. Maar hij is helemaal geen superster, en toch weer wel. Het hele gebeuren zou je bijna de uitspraak ontlokken dat hij zo gewoon is gebleven.

Bij het terugkijken van concerten van McCartney valt op dat hij al die oudere nummers speelt zoals ze oorspronkelijk zijn opgenomen, geen tierelantijnen, geen uitbundige solo’s, gewoon van seconde één tot minuut drie, zoals het op de plaat staat. Melanie, die met een schuin oog meekijkt, zegt dat Paul vlak is. Dat raakt me uiteraard, maar het zou goed kunnen dat ze gelijk heeft. Je zou zelfs kunnen zeggen dat hij kraak noch smaak heeft. Is dat dan waarom hij nog steeds wereldwijd geadoreerd wordt? Is het de opgewekte stabiliteit die we allemaal zouden wensen?

De NPO-documentaire toont dat The Beatles mede vanwege de populariteit moesten stoppen met optreden. De muziekinstallaties waren niet krachtig genoeg om boven het gegil van de meisjes uit te komen.

Het is dan aandoenlijk hoe tijdens de recente toer door Liverpool mensen zich verzameld hebben voor zijn ouderlijk huis en hij bij het naar buiten komen welwillend een paar handen schudt. Een man zegt dat zijn broer naar hem vernoemd is en dat zijn muziek gespeeld werd op de uitvaart van zijn vader.

Paul stapt vervolgens in de auto en moet zichtbaar bijkomen van de opwinding, terwijl het níets is vergeleken met de maniakale verafgoding die hem en zijn vrienden vijftig jaar geleden overkwam.

Dat te zien, terwijl de eerste tonen van Blackbird klinken, breekt me enigszins.

Er waren op dat moment meer mensen in de kamer, waaronder kinderen, dus ik kon me niet laten gaan. Jammer, want het komt heel weinig voor dat ik zo mooi en onverwacht enigszins breek.

 

Voor de enkeling die het nog niet heeft gezien: Paul McCartney Carpool Karaoke (YouTube)

 

Koffie

 

Ik was een stuk jonger dan nu. We hadden een kind van bijna anderhalf en de tweede was op komst. In opdracht van de verhuurder werd de keuken van onze flat vervangen. Het plafond werd opnieuw gestuct en de asbesten vloertegels gingen eruit. In de periferie van alle activiteit hing ik dagen doelloos rond. Ik kon mijn draai niet vinden in mijn eigen woning.

Ik bood een keer koffie aan, daar hadden de werklui wel oren naar. Maar het water was net afgesloten. Ik snelde met de koffiepot naar boven om buurman Hans te vragen hem te vullen. Hij liet me binnen en zal iets gezegd hebben als: ‘Kom eerst even zitten. Wil je koffie?’ Dat was het begin van zijn mentorschap.

Het was niet de eerste koffie die hij me aanbood en er zouden er nog veel volgen. Soms zaten we in de keuken, maar meestal in de woonkamer aan tafel met uitzicht op het park. We keken tegen de boomkruinen aan. Een verzameling beestjes van onder meer glas versierde de vensterbank. Het zou ook kunnen dat ze in het raamkozijn stonden. Ik ben slecht in het opslaan van details. Ik weet nog wel dat Hans altijd mijn beker dampende koffie eerst op de VPRO-gids zette, om vervolgens het geheel naar mij toe te schuiven.

De onderwerpen die we bespraken waren te uiteenlopend om zo even te kunnen noemen. Hij was het meest aan het woord. Hij vertelde verhalen, ik luisterde en knikte voornamelijk. En ik deed mijn best ze te ontrafelen en een eventuele onderliggende strekking mee te krijgen. Dat hij meer wilde zeggen dan hij zei, was wel duidelijk. Het was een puzzel wat precies.

Het kwam vaak voor dat ik in de dagen na een ontmoeting meende te weten waar hij op doelde en wat dat voor mij persoonlijk betekende. De volgende keer beklom ik opgetogen de trappen, vastberaden te laten zien dat ik het had begrepen. Dat lukte vrijwel nooit. Ik zat er net weer naast of er was iets anders waar ik mijn aandacht op zou moeten richten. Ondanks de terugkerende frustratie, bleef ik gaan. Hij liet me steeds weten welkom te zijn.

Het was een periode waarin ik behoefte had aan een ouder iemand die me een beetje richting gaf. Ik schat dat het acht jaar heeft geduurd. Ik ben veranderd, mede onder invloed van wat hij vertelde. Later besefte ik pas dat het lang een droom van me was geweest om een ouder en levenswijs persoon tegen te komen. Dat was Hans dus.

Hij leeft nog, hoor. We wonen verder bij elkaar vandaan, niet meer in hetzelfde gebouw. We zien elkaar af en toe bij de bakker. Ik ga nog sporadisch bij hem langs, te weinig, hoor ik me schuldbewust denken. Maar het is ook zo dat de noodzaak ontbreekt er nog iets van te leren. Zo gaat dat. Ik hoef hem bovendien niets meer te laten zien.

Met die gedachte ga ik binnenkort nog maar eens langs. Hou je vast, Hans, ik kom eraan!

 

Verhaal

 

Je moet altijd maar één ding tegelijk willen veranderen. Ik wilde twee dingen veranderen. Ten eerste vond ik dat ik nu maar eens wat vroeger uit bed moest, half zeven in plaats van half acht. Dan kon ik direct van tussen de lakens op het meditatiekussen ploffen. De tijd die ik zou winnen kon ik goed gebruiken voor schrijven en coachen en andere dingen. De eerste twee weken beviel dat prima. Ik had meer moeite met opstaan, maar vooral meer tijd over ’s ochtends. Ik was ruim voor de lunch gereed voor de lunch.

Het tweede, wat ik gelijktijdig inzette met het vroeger opstaan en het meteen mediteren, was het schrijven aan een fictief verhaal dat zo’n anderhalf jaar in een la had gelegen. Ik had veel verfrissende ideeën, koos een nieuwe voorlopige titel en maakte er serieuze arbeid van. Dat betekende in mijn geval vier dagdelen per week ervoor gaan zitten. En dat waren intensieve uren, die uitliepen in nog eens zolang rondlopen met gedachten over onder meer de vorm, wendingen en precieze formuleringen.

Het verhaal zat in mijn hoofd, het hoefde alleen nog maar op papier ofwel scherm te verschijnen. Ik kon daar erg opgewonden over zijn, en nog. Maar goed, hoe? Ik heb wel gemerkt dat het een ontzettend traag en tijdrovend proces is. Bijna voorbij traagheid die je kunt voorstellen. Frustrerend eigenlijk, dat het niet zo huppakee uit mijn vingers rolt. Het zal er wel bij horen. Ik was bereid er veel energie in te investeren.

Tijdens een wandeling vertelde ik Melanie hoe ik mijn dagen dacht in te delen. Het was een strakke planning voor mijn doen, er moet altijd nog veel lucht bij. ‘Wanneer schrijf je het blog dan?’ vroeg ze terecht. Dat zou ik grotendeels in het weekend doen. Ik moest daarbij een beetje lachen omdat ik ineens een druk baasje bleek.

Waar ik nu naartoe wil is dat deze twee veranderingen na een week of twee al uitmondden in de outburst, zoals de huisarts het noemde, van vorige week. Je weet nooit hoe alles elkaar precies beïnvloedt. Was de gevoeligheid oorzaak van het vele schrijven en het vroege opstaan? Of was het andersom? Dat minderen van medicatie, waar ik al mee bezig was, kwam erbij. En dan nog de autonome golfbeweging waar geen mens vat of zicht op heeft.

Ik heb het blog van vorige week nog eens teruggelezen. Het is in mijn ogen een positief verhaal, maar dat zou kunnen komen doordat ik er zelf de hele tijd bij was. Het gaat over iemand die op tijd in de gaten heeft dat er actie ondernomen moet worden, of juist rust gezocht, om te voorkomen dat een plotselinge ernstige dip uitmondt in een echte episode. Zo werd het door veel lezers niet ervaren. Het stuk riep niet alleen medeleven op, maar ook bezorgdheid. Over dat laatste kan ik kort zijn: niet nodig.

Het gebeuren heeft me opnieuw geleerd kalmpjes aan te moeten doen. Of en wanneer dat verhaal afkomt, blijft daarom onbekend.

 

Minder

 

De incidenten namen de afgelopen weken geleidelijk in aantal en ernst toe. Sommige signalen kon ik, hoewel vaak niet eenvoudig te duiden, als bruikbaar beschouwen. Sommige vielen binnen het domein van waanideeën, voor zover ik daar zelf over kon oordelen. En dan waren er ook nog een boel die in een grensgebied verkeerden. Het werd weer een puzzel.

Maar het was nog te doen. Ik hoopte met de tijd op een nieuw evenwicht uit te komen. Dat liet op zich wachten. Ik zakte eerst langzaam en toen ineens hard.

Begin deze week werd ik gevloerd door een golf van verdriet, waar ik de oorsprong niet van ken. Een paar keer per dag overviel me een enorme zwaarte. Daar was geen afleiding tegen opgewassen. Het nam me over en liet niet los. Ik kon niet anders dan het ook aan de buitenkant dragen. Dat is naar, daar reageren mensen op. En ik dan op mijn beurt weer met verder zinken.

Ondanks dat het hele diepe tijdelijk was, zou het best nog even door kunnen zeuren. Om de schade te beperken zoek ik stilte, schrap ik belastende activiteiten en plan voedende. Meer wandelen en zwemmen. Als ik een baan had gehad, had ik me ziekgemeld. Heb ik overigens wel voor mijn vrijwilligerswerk gedaan. Het is geen griep, wel flink balen.

Deze melancholie zou voedingsbodem kunnen zijn voor zowel een manie als een depressie. Een manie ontstaat uit het onbewust op alle mogelijke manieren proberen het ontstane gat te dichten, keihard werken. Er moet gehoor worden gegeven aan het verlangen naar iets groots. Of ervoor weglopen, rennen. De andere zijde is lethargie, je totaal overgeven aan het onhaalbare en de zinloosheid, in het verdriet blijven hangen en geen manier zien om het licht ruimte te geven. Volgens deze zienswijze zouden verlangen en verdriet aan de basis staan van beide uitersten. Het is een gedachte, ik heb slechts mijn eigen ervaring.

De duik van deze week was dus al een tijdje in de maak. Toch zag ik hem niet aankomen. Het is het soort blindheid waardoor je eerst je hoofd moet stoten om te weten dat je had moeten bukken. Kan gebeuren, geen man overboord. Dat is dan het voordeel van die ervaring.

Deze bescheiden episode is te koppelen aan een lagere dosering medicatie. Ik gebruik twee stemmingsstabilisatoren. De naam maakt keurig duidelijk wat die doen. Daarnaast slik ik een antipsychoticum. Dat remt wanen en hallucinaties en heeft óók een stabiliserende werking. Ondanks het innemen van deze drie dempers was ik allerminst afgevlakt. Toch zou ik, al was het alleen omdat het misschien mogelijk was, graag met minder toekunnen.

Het antipsychoticum moest eraan geloven, hoewel niet zo drastisch als deze zin suggereert. Ik had een tweejarig plan gemaakt voor het afbouwen, dit jaar in stapjes de helft en volgend jaar de rest. Twee maanden geleden nam ik voor het eerst iets minder om te zien welk effect dat zou hebben.

Dit dus. Die twee jaar afbouwen zouden er weleens drie of meer kunnen worden.

 

Aankoop

 

Ik blijf zoeken naar redenen om de aanschaf te verantwoorden, maar weet al dat ik het ding gewoon wil hebben. Na het invullen van mijn adres werd ik onderbroken en kwam ik er even niet aan toe de bestelling af te ronden. Het venster staat nog open. Een laatste knop indrukken volstaat. Ik ga een nieuw horloge kopen.

Mijn huidige horloge, dat ik al bijna mijn oude noem, werkt nog goed. Dat doet het al ruim tien jaar. Als ik me de prijs goed herinner, heeft hij me jaarlijks minder dan een tientje gekost. De band is van metaal met stukjes leer, waarvan een paar zijn losgelaten. Na meerdere keren verwisselen van de batterij door iemand anders dan de fabrikant, was de behuizing niet meer waterdicht. Dat was niet heel belangrijk, maar telde wel. Voor het zwemmen in de Plas moest ik mijn oude hartslagmeter om.

Dat beviel prima, tot een tijdschrift op de mat viel, verpakt in een plastic jasje dat ook een folder van een horlogemerk bevatte. Ik ben dan blijkbaar toch vatbaar voor de boodschap die het gelikte plaatje overbrengt en de verkoopargumenten. Als een kind keek ik ernaar, dat in november door het krantje van de Intertoys bladert en met de tong tussen de tanden omcirkelt wat het hebben wil, meer wel dan niet. En dat ben ik dan, die zich grotendeels ongevoelig waande voor reclame, die het doorzag en die zich niet liet beïnvloeden. Juist die mensen gaan het makkelijkst om, hoorde ik ze bulderen van het lachen op de afdeling marketing. Als een blad in de wind. Ineens was ik als was.

Naast die hele dure modellen stak mijn favoriet gunstig af. De eenvoud en ogenschijnlijke soliditeit van het klokje vielen precies goed. Mooie teksten deden de rest. De band is licht van gewicht, gemaakt van slijtvast titanium. Wat wil je nog meer? Een batterij bijvoorbeeld, die nooit verwisseld hoeft te worden. Minuscule lichtgevoelige cellen in de wijzerplaat laden hem op. Daar ben ík dan weer gevoelig voor. Nooit meer openschroeven met verlies van waterdichtheid. Ik was verkocht.

Het is voor mij een behoorlijke uitgave, een flink deel van mijn maandinkomen. Maar het horloge kan, afgaand op de folder, zeker twintig jaar mee. Het is maar de vraag of ik zelf zo lang meega. Die prijs blijft toch een goede aanleiding om er een paar dagen over na te denken, maar natuurlijk niet zo lang dat de begeerte kans krijgt helemaal weg te zakken.

Per mail informeerde ik nog bij de webwinkel of ik de band zelf kon inkorten. Dit zou een drempel kunnen zijn. Ze maakten het me te makkelijk. Per ommegaande kreeg ik een link naar een video met duidelijke uitleg hoe te handelen. Het benodigde apparaatje zou meegestuurd worden.

Ondanks de paar nachten slapen blijft het een impulsaankoop. De beslissing is buiten mijn wil om genomen. Het indrukken van die laatste knop is een formaliteit. Maar snel doen dan. Ik ben na ontvangst vast een paar dagen als een kind zo blij.

 

Gezicht

 

Ik was na het zwemmen langs de supermarkt gegaan. Meestal hou ik wel zo’n beetje in de gaten wat er aan mensen rondloopt in een winkel. Het is een manier om mijn weg tussen de schappen te bepalen. Het was vrij rustig deze middag. Ik had als laatste een paprika in mijn mandje gelegd en was op weg naar de kassa. In het brede pad tussen links de vleeswaren en rechts het varkensvlees, het was niet anders, keek ik ineens een vrouw aan, die ik daarvoor niet had gezien.

Ze had een jong gezicht omlijst door lange grijze krullen. Onze blikken bleven een moment aan elkaar gehaakt. Daarna draaide ik weg. Ik weet dus niet wat zij toen deed. Ik kan verder geen uiterlijke kenmerken herinneren, behalve dat ze heel vriendelijk keek. Dat was niet vriendelijk met de bedoeling vriendelijk te zijn, alleen maar vriendelijkheid, uit een onpeilbare diepte. Ze lachte of glimlachte niet, en toch bezat ze de ontspanning van een lach.

Je zou het open kunnen noemen. Of uitnodigend. Een warme uitstraling. Allemaal woorden. In ieder geval was ik de volgende stappen richting kassa licht van de wijs door deze ultrakorte ontmoeting. Ik kreeg de indruk dat ze meteen alles had gezien wat er bij mij werkelijk toe deed. Ze was misschien ook aantrekkelijk en knap. Ik wilde echter niet haar hebben, ik wilde hebben wat zij had.

Tijdens het afrekenen keek ik om me heen naar andere mensen om te zien of het aan mij lag, of ik tijdelijk vanwege het een of ander een roze bril droeg. Alle anderen kwamen flets op me over.

Buiten overwoog ik te wachten op de vrouw en haar aan te spreken. En dan wat? Dat heb ik niet gedaan. Het kon de betovering van daarvoor alleen maar verpesten.

Zonder dat ik het terug kon halen, is haar gezicht me de rest van de middag bijgebleven. Eigenlijk vooral wat het met me deed heb ik onthouden. Dit komt maar zelden voor. Het gaat hier niet over op slag verliefd zijn. Ik haast me te zeggen dat ik niet veel gelukkiger kan zijn dan nu met Melanie. Ik weet niet zo goed wat het wel is. Het heeft, denk ik, iets te maken met het herkennen van mezelf in de ander, of andersom. De wens ook zo te zijn kwam sterk naar voren. Warmte in overvloed met gepaste reserve gebracht, zonder daar moeite voor te hoeven doen.

Van de andere kant weet ik uiteraard niet wat zij in die korte tijdspanne zag. Ik keek snel weg, uit angst te verdrinken, uit angst ongepast lang te kijken. Dat is misschien wat ze zag, een bange man. Zou goed kunnen. Of maak ik dat er nu zelf van? In mijn eigen ogen ben ik nog steeds op veel vlakken terughoudend vanwege angst. Het lukt me minder goed dan ik zou willen om met overgave naar buiten te treden. Dus ja, ik ben best een bange man, maar wel eentje met een duidelijk verlangen.