Hier

In deze crisis, waarschijnlijk in elke, is het voor ieder de opgaaf om het onderhavige te blijven ervaren, wat er voor je neus gebeurt, en je niet mee te laten voeren met het verhaal van de wereld, met alle verhalen die de krant, het internet en de televisie voorschotelen: de alarmerende voorpaginaberichten, het gekwetter op Twitter, het gekakel in talkshows. Uit de flarden die ik van de laatste twee soms meekrijg maak ik op dat ik veel beter af ben zonder.

Een volgende stap zou kunnen zijn om mijn eigen verhalen los te laten. Bijna niet te doen, maar het proberen waard. Ik bén niet mijn persoonlijke geschiedenis, ondanks dat dat verhaal zich steeds opdringt, net als die uit de media. Het lukt misschien soms om het even te vergeten. Dat is al heel wat. En dan zijn er nog de verhalen van mijn week, de dag, het uur, het jaar of welke tijdspanne je kunt bedenken, verleden en toekomst. Tot klein ongenoegen ben ik daar altijd mee bezig. Bijna altijd. Zo ervaar ik het althans.

Ik probeer meer en meer zo te leven dat ik opensta voor die momenten dat er geen invulling is. Paradoxaal genoeg helpt de crisis daarbij. Bij het begin was ik erg van slag: gespannen, onzeker en angstig. Tegelijkertijd kon ik intens genieten. Die intensiteit is afgezwakt, maar nog steeds aanwezig. De rust is weergekeerd, dieper dan voorheen. Deze crisis schept helderheid. Af en toe vallen alle verhalen weg en is er alleen maar dit.

Wijs

Mijn zus heeft haar eerste schreden op het zenpad gezet. Na enthousiast te zijn teruggekomen van een proefles, gaf ze zich meteen op voor een introductiecursus. Ze gaat daar de basis van het mediteren leren. Ik ben er opgetogen over, want weet wat gestaag zitten op den duur kan brengen. Na de eerste les vertelde ze door de telefoon al vol vuur over haar ervaringen. Hoewel ze de extra stimulans klaarblijkelijk niet nodig had, gaf ik haar voor thuis een kussen cadeau.

Ik ben ook wat huiverig vanwege die vliegende start. Het zou zomaar kunnen dat ze me binnen de kortste keren voorbijstreeft. Het idee dat het om een wedstrijd gaat, is onzin natuurlijk, maar toch. Zul je zien dat ze binnen een jaar deelneemt aan haar eerste sesshin (retraite), iets waar ik vanwege de bekende gebreken vooralsnog niet aan toe ben gekomen. En wie weet wordt ze wel leraar, mijn grootste geheime (nu niet meer) ambitie. Op de weg daarnaartoe liggen voor mij nog een heleboel kleinere en grotere obstakels. Zij zou dat, vooropgesteld dat ze het wil, makkelijk kunnen. Mijn hemel, straks wordt mijn anderhalf jaar jongere zusje nog wijzer dan ik ook.

Om dat voor te blijven ben ik aan een streak begonnen. In eerste instantie was het heel wat dat ik twee weken achtereen minimaal eens per dag had gemediteerd. Toch vrij plotseling bereikte ik de mijlpaal van 50 dagen. Inmiddels steven ik af op 100. Laat haar daar eerst maar eens in de buurt komen.

Besluit

Dit gaat over zitten en over zwemmen. Als Melanie zegt dat ze gaat zitten, weet ik precies wat ze bedoelt en vat ik dat bovendien op als een uitnodiging om mee te doen met mediteren. Ik had een lange periode moeite me daartoe te zetten en als ik dan zat om de voorgenomen tijd vol te maken. Het was een gevecht geworden. Zo ging het niet langer. Ik nam het besluit er helemaal mee te stoppen. Sindsdien mediteer ik weer met plezier en met gemak.

Met zwemmen ben ik nu in zo’n periode dat ik de discipline nauwelijks op kan brengen, geen deugdelijke motivatie kan vinden of vaak gewoon te lui ben. Daar is uiteraard niets raars aan, gezien de ontberingen die het buiten baden met zich meebrengt. Toch heb ik het de laatste winters zonder veel moeite gedaan. Het is me een klein raadsel hoe dat verschil te verklaren. Er zijn wel wat dingen anders dan voorheen.

Het begon met het verdwijnen van de houtwal. Min of meer bij toeval was ik het, die samen met Willem op gesprek ging bij het recreatieschap. Daar wierp ik mezelf op als contactpersoon tussen zwemmers en instantie. Ik werd daardoor ook aanspreekpunt over de eventuele verhuizing naar een andere locatie. Er was een door mij geleide vergadering. In januari en februari portretteerde ik alle zwemmers, nog nat want net uit het water, en liet ik voor ieder een fotoboek drukken. In de zomer haalde ik de midzomerduik van stal en later een vollemaansduik, minder drukbezocht maar zeker ook geslaagd. In het voorjaar had ik al het blaadje MGT (Met gezonde tegenzin) nieuw leven ingeblazen. In het aprilnummer stelde ik voor een Whatsapp-groep aan te maken. De animo was in het begin niet groot, maar de groep kwam er. Hij groeide volop in de maanden daarna, mede naar aanleiding van de dood van Kees, waarbij het communicatiemiddel goed van pas bleek te komen. Kort na het overlijden van Kees heb ik het initiatief genomen voor een herdenkingsnummer van MGT. Ik heb de uitwerking daarvan verzorgd, met opmerkelijk veel bijdragen voor zo’n relatief kleine groep. Het werd zeer gewaardeerd. O, en dan vergeet ik bijna te noemen dat ik regelmatig de watertemperatuur meet en deel.

Nu ik dit allemaal op een rijtje zie, vind ik het niet zo gek dat ik er genoeg van heb. Dat heeft minder met het koude water te maken dan eerder gedacht. Het zou weleens de betrokkenheid met de groep kunnen zijn die momenteel te nauw sluit. Gaan is een must geworden.

Er is niet onderuit te komen: Kees is man van het jaar, ongetwijfeld, maar ik voel me dit seizoen mister MGT, heb ik zelf gedaan, of zo je wilt meneertje met gezonde tegenzin, ik doe het graag. Toch lijkt het zo half december meer in de weg te zitten dan dat het helpt. Het blijft duwen en sjorren om naar de plas te gaan. Er zit niets anders op dan dat ik er binnenkort helemaal mee stop.

Gong

In de slaapkamer, die ook dienstdoet als meditatieruimte, rust een met boekweitdopjes gevuld kussen op een vierkante, zwarte mat. Op de vloer staat een meditatieklok die het geluid van een gong kan nabootsen. In de dertig centimeter hoge Boeddha van beton past een theelicht, ter verhoging van de sfeer. Daar ligt het allemaal niet aan, maar ik heb onlangs besloten te stoppen met mediteren.

Het is zeker niet zo dat ik er niets aan heb gehad. Aan het begin van dit pad had ik het idee kalm en evenwichtig te moeten zijn, en geconcentreerd. Ik kon woedend worden op mezelf als ik merkte boos te zijn of ongeduldig of chaotisch of alles wat ogenschijnlijk niet bij zen hoorde. Dat ben ik voor een deel ontgroeid. Het gaat na dertien jaar veeleer om het onderkennen van emoties die ik heb en de staten waarin ik kan verkeren.

Het is niet mijn intentie om het gedachtegoed achter me te laten. Daar kan ik nog goed mee overweg. Alleen het met gekruiste benen aandachtig de adem volgen hou ik voor gezien.

Dit is een simpel besluit, dat echter diepere lagen kent. Die zijn op dit moment voor mij niet allemaal zichtbaar. De leraar, die ik het afgelopen halfjaar maandelijks zag, zei dat ik van het moeten af moest. Zie de paradox. Zijn advies was om te gaan zitten als ik ervoor voelde, en niet op een van tevoren bedacht vast tijdstip. Dat zou kunnen. De meditatieruimte en de benodigde attributen lopen niet weg.