Besluit

Dit gaat over zitten en over zwemmen. Als Melanie zegt dat ze gaat zitten, weet ik precies wat ze bedoelt en vat ik dat bovendien op als een uitnodiging om mee te doen met mediteren. Ik had een lange periode moeite me daartoe te zetten en als ik dan zat om de voorgenomen tijd vol te maken. Het was een gevecht geworden. Zo ging het niet langer. Ik nam het besluit er helemaal mee te stoppen. Sindsdien mediteer ik weer met plezier en met gemak.

Met zwemmen ben ik nu in zo’n periode dat ik de discipline nauwelijks op kan brengen, geen deugdelijke motivatie kan vinden of vaak gewoon te lui ben. Daar is uiteraard niets raars aan, gezien de ontberingen die het buiten baden met zich meebrengt. Toch heb ik het de laatste winters zonder veel moeite gedaan. Het is me een klein raadsel hoe dat verschil te verklaren. Er zijn wel wat dingen anders dan voorheen.

Het begon met het verdwijnen van de houtwal. Min of meer bij toeval was ik het, die samen met Willem op gesprek ging bij het recreatieschap. Daar wierp ik mezelf op als contactpersoon tussen zwemmers en instantie. Ik werd daardoor ook aanspreekpunt over de eventuele verhuizing naar een andere locatie. Er was een door mij geleide vergadering. In januari en februari portretteerde ik alle zwemmers, nog nat want net uit het water, en liet ik voor ieder een fotoboek drukken. In de zomer haalde ik de midzomerduik van stal en later een vollemaansduik, minder drukbezocht maar zeker ook geslaagd. In het voorjaar had ik al het blaadje MGT (Met gezonde tegenzin) nieuw leven ingeblazen. In het aprilnummer stelde ik voor een Whatsapp-groep aan te maken. De animo was in het begin niet groot, maar de groep kwam er. Hij groeide volop in de maanden daarna, mede naar aanleiding van de dood van Kees, waarbij het communicatiemiddel goed van pas bleek te komen. Kort na het overlijden van Kees heb ik het initiatief genomen voor een herdenkingsnummer van MGT. Ik heb de uitwerking daarvan verzorgd, met opmerkelijk veel bijdragen voor zo’n relatief kleine groep. Het werd zeer gewaardeerd. O, en dan vergeet ik bijna te noemen dat ik regelmatig de watertemperatuur meet en deel.

Nu ik dit allemaal op een rijtje zie, vind ik het niet zo gek dat ik er genoeg van heb. Dat heeft minder met het koude water te maken dan eerder gedacht. Het zou weleens de betrokkenheid met de groep kunnen zijn die momenteel te nauw sluit. Gaan is een must geworden.

Er is niet onderuit te komen: Kees is man van het jaar, ongetwijfeld, maar ik voel me dit seizoen mister MGT, heb ik zelf gedaan, of zo je wilt meneertje met gezonde tegenzin, ik doe het graag. Toch lijkt het zo half december meer in de weg te zitten dan dat het helpt. Het blijft duwen en sjorren om naar de plas te gaan. Er zit niets anders op dan dat ik er binnenkort helemaal mee stop.

Gong

In de slaapkamer, die ook dienstdoet als meditatieruimte, rust een met boekweitdopjes gevuld kussen op een vierkante, zwarte mat. Op de vloer staat een meditatieklok die het geluid van een gong kan nabootsen. In de dertig centimeter hoge Boeddha van beton past een theelicht, ter verhoging van de sfeer. Daar ligt het allemaal niet aan, maar ik heb onlangs besloten te stoppen met mediteren.

Het is zeker niet zo dat ik er niets aan heb gehad. Aan het begin van dit pad had ik het idee kalm en evenwichtig te moeten zijn, en geconcentreerd. Ik kon woedend worden op mezelf als ik merkte boos te zijn of ongeduldig of chaotisch of alles wat ogenschijnlijk niet bij zen hoorde. Dat ben ik voor een deel ontgroeid. Het gaat na dertien jaar veeleer om het onderkennen van emoties die ik heb en de staten waarin ik kan verkeren.

Het is niet mijn intentie om het gedachtegoed achter me te laten. Daar kan ik nog goed mee overweg. Alleen het met gekruiste benen aandachtig de adem volgen hou ik voor gezien.

Dit is een simpel besluit, dat echter diepere lagen kent. Die zijn op dit moment voor mij niet allemaal zichtbaar. De leraar, die ik het afgelopen halfjaar maandelijks zag, zei dat ik van het moeten af moest. Zie de paradox. Zijn advies was om te gaan zitten als ik ervoor voelde, en niet op een van tevoren bedacht vast tijdstip. Dat zou kunnen. De meditatieruimte en de benodigde attributen lopen niet weg.

Begin

Voor een goede zenbeoefening is het van belang bij iemand te rade te kunnen gaan. Een leraar vinden kan nogal wat voeten in de aarde hebben. Het heeft voor mij, vanaf het eerste moment dat ik het nodig achtte iemand te zoeken, jaren geduurd. Deze week heb ik voor de tweede keer een gesprek. Het plan is om elkaar maandelijks te zien. De eerste ontmoeting heeft alvast een goede uitwerking gehad.

Als ik zonder begeleiding mediteer, in mijn eentje en soms met Melanie, dan is dat ook goed, al verdwijnt na verloop van tijd de dynamiek. Er is geen voeding, of hooguit van wat ik lees. Dat leeft minder. Er is geen interactie. Bovendien merkte ik het lezen steeds meer achterwege te laten. Mediteren en proberen gedurende de dag gewaar te zijn werden dorre aangelegenheden.

Eerder boden de wekelijkse groepslessen soelaas op dit vlak. De inleidingen en het persoonlijke onderhoud met de lerares waren het meest inspirerend. Ik ervoer echter grote weerstand om naar die bijeenkomsten te gaan. Nadat door een incident die weerstand te groot werd, bleef ik weg. Het zal wel even duren voor ik weer wil en kan deelnemen aan een groep.

Die lerares zei dat individuele gesprekken ook mogelijk waren. Dat past op dit moment beter bij mij. Het liep zo dat ik niet bij haar terecht kwam, maar bij Willem. Hij leidt Zentrum, een organisatie waarvan de ietwat knullige naam wél duidelijk maakt waar het over gaat. Willem is met veertig jaar ervaring vergevorderd op het zenpad. Ik kan niet zeggen hoe ver, aangezien ik dan zelf in de buurt daarvan zou moeten zijn. Aan de andere kant zal hij vast tegenwerpen dat we allemaal beginner zijn.

We doen koan-studie (contempleren op een niet met het intellect te beantwoorden vraag) en bespreken de praktijk van het oefenen. Het gaat daarbij vaak genoeg niet over geestelijk leven.

Ons gesprek waaierde bij de eerste ontmoeting al snel uit naar andere onderwerpen. Over de coach bijvoorbeeld, die hij in feite ook is, en die er volgens hem niet is om raad te geven of iemand in een bepaalde richting te sturen. Het voornaamste is om er voor iemand te zijn, om mét iemand te zijn. Potverdrie, dat klinkt simpel en klef tegelijk als ik het zo schrijf. Je had erbij moeten zijn. Ik kan er zeker wat mee in de praktijk. Dat is één.

Ik klaagde daarna dat het me maar matig lukte twee keer per dag te mediteren. Tja, waar hebben we het over? Hij vond dat één keer prima was en dat ik maar moest kijken of en wanneer het uitkwam om nog een keer op het kussen plaats te nemen. Als bij toverslag zit ik sindsdien met gemak zo goed als elke dag twee keer aandachtig adem te halen. Dan verandert er iets, moeilijk te zeggen wat precies.

Het zal het enthousiasme van een beginner zijn, een enthousiasme dat vanwege hooggespannen verwachtingen ook soms getemperd moet worden. Daar zal de toekomst ongetwijfeld zorg voor dragen.